HOME

"KANAÄN EN FENICIË"

VOORWOORD

HOOFDSTUK I: KANAÄN

01. Voorgeschiedenis Kanaän
02. Kanaän, land van melk en honig
03. De bevolking van Kanaän
04. De Kanaänieten
05. Koningen en stadstaten
06. Interne strijd
07. Kanaän zonder eenheid
08. Kanaänitische goden

HOOFDSTUK II:
HANDEL & WANDEL


01. Gildevorming
02. Het klassensysteem
03. De kooplieden
04. Herinnering aan een handelscultuur
05. Abram in Ur
06. Rijkdom en welvaart
07. Landbouw en veeteelt
08. De purperindustrie
09. De exodus als handelsmissie

HOOFDSTUK III:
FENICIË OMSTREEKS 800 V. CHR.

01. Salomo en koning Hiram
02. Tarsis
03. Tyrus en Sidon
04. Carthago
05. Huizen van ivoor
06. De Libanon alom geprezen
07. Biblos
08. De kuststeden
09. India en China
10. De Hethieten

NAWOORD

AFBEELDINGEN
Afbeelding 1
Afbeelding 2
Afbeelding 3
Afbeelding 4
Afbeelding 5
Afbeelding 6

"KANAÄN EN FENICIË"

In Genesis 14 is sprake van Abrams overwinning op de koningen van het Oosten, waarmee dus de vorsten van de vele stadstaatjes zijn bedoeld.

Gn.14:01-       
Het gebeurde nu in de dagen van Amrafel, de koning van Sinear, Arioch, de koning van Ellasar,
Kedorlaomer, de koning van Elam,(...).

Zie voor de gehele lijst met koningen verder in Genesis 14.

Gn.14:18-       
En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij nu was een priester van God, de
Allerhoogste.

Melchizedek was koning en priester over de stadstaat Salem (Jeruzalem).
Dat Kanaän een lappendeken van stadstaatjes was, die alle geregeerd werden door een koning, komt in het bijzonder naar voren in het boek Jozua, toen Israël het land Kanaän zou veroveren.

Jz.08:01-        
(...) Zie, Ik geef de koning van Ai, zijn volk, zijn stad en zijn land in uw macht, en gij zult met Ai en zijn koning handelen zoals gij met Jericho en zijn koning gehandeld hebt; alleen moogt gij u meester maken van zijn buit en zijn vee.

Steden als Ai en Jericho hadden een koning. Zo ook Hesbon en Basan.

Jz.09:10-        
(...)en al wat Hij gedaan heeft aan de beide koningen der Amorieten aan de overzijde van de Jordaan, Sihon de koning van Hesbon en Og de koning van Basan, die te Astaroth woonde.

Jz.10:05-        
Hierop verenigden zich de vijf koningen der Amorieten en trokken op: de koning van Jeruzalem, de koning van Hebron, de koning van Jarmuth, de koning van Lachis en de koning van Eglon, zij met al hun legers;
(...).

Jz.11:01-        
Zodra nu Jabin, de koning van Hazor, dit hoorde, zond hij een boodschap aan Jobab, de koning van Madon, aan de koning van Simron en aan de koning van Achsaf, alsmede aan de koningen, die in het noorden woonden op het Gebergte, (...).

Jz.12:09-        
De koning van Jericho: één; de koning van Ai bezijden Bethel: één; de koning van Jeruzalem: één; de koning van Hebron: één; de koning van Jarmuth: één; de koning van Lachis: één; de koning van Eglon: één; (...).

En zo worden er nog 24 koningen opgesomd. Dezelfde situatie vinden we terug bij de vijf stadsvorsten van de Filistijnse steden, Gaza, Asdod, Askelon, Gath en Ekron.

Jz.13:03-        
(...) de vijf stadsvorsten der Filistijnen: die van Gaza, die van Asdod, die van Askelon, die van Gath en die van Ekron; (...).

Jr.27:02-        
(...) Maak u banden en jukken en leg die op uw hals, en zend die aan de koning van Edom, aan de koning van Moab, aan de koning van de Ammonieten, aan de koning van Tyrus en aan de koning van Sidon, (...).

Al met al geeft de Bijbel ook met het opsommen van alle koningen een getrouw beeld van de politieke situatie in Kanaän en de regio.

06. Interne strijd

Over het algemeen waren de koningen van de stadstaatjes niet veel meer dan twistzieke stamhoofden, die elkaar regelmatig te lijf gingen. Uitbreiding van de bevolking en de veestapel, grondgebrek, voedselgebrek, vermeende opdrachten van de goden, astrologische voortekenen, beledigingen, rancune of gewoon pure verveling noopte elke rechtgeaarde heerser om er bij tijd en wijl eens flink op los te timmeren. Niet zelden ging al het gebakkelei om vrouwen. Neem Dina, de dochter van Jakob. Ooit was zij onteerd door Sichem (kennelijk vernoemd naar de stadstaat Sichem). En kijk, de zonen van Jakob gingen direct te vuur en te zwaard.

Gn.34:27-       
De zonen van Jakob wierpen zich op de verslagenen en plunderden de stad, omdat zij hun zuster onteerd hadden. Hun kleinvee en rundvee, hun ezels en al wat in de stad en op het veld was, namen zij mee. En hun gehele bezit, al hun kleine kinderen en hun vrouwen namen zij gevangen en zij maakten die buit, evenals alles wat in de huizen was.

Een ander voorbeeld van bruut geweld vinden we bij de verovering van de stad Lais.
Uit Ri.18:07 valt op te maken, dat Laïs (later Dan geheten) een dochter van de rijke stadstaat Sidon was, maar in een uithoek van de centrale moederstad lag, aan de zuidkant van de berg Hermon.
Zie voor Dan en Hermon afbeelding1.

Ri.18:07-        
Daarop gingen de vijf mannen heen en kwamen te Laïs. En zij zagen, dat het volk, dat daar woonde, veilig leefde, op de wijze der Sidoniërs, vreedzaam en gerust; er was geen heerser, die hen in enig opzicht in hun land lastig viel. Ook waren zij ver verwijderd van de Sidoniërs en hadden met niemand iets te maken.

Ga verder met hoofdstuk I, paragraaf 06 »