HOME


INLEIDING

HOOFDSTUK I
01. Rechtvaardigheid
02. De uitverkorenen
03. De nieuwe Mens
04. Van Oude naar Nieuwe Testament
05. Volmaakt in één leven?
06. Twee wegen, één leven

HOOFDSTUK II:
01. De leerschool
02. Karma in de Bijbel
03. Handelen
04. De zonde
05. Groepskarma
06. Vergankelijk, onvergankelijk zaad

HOOFDSTUK III:
01. Reïncarnatie en de ziel
02. De cyclus van de ziel
03. De ziel in de Bijbel
04. Incarnatie en excarnatie
05. Herleven
06. Wederkeren
07. Het dal der macaberen

HOOFDSTUK IV:
Inleiding
01. De zonnegod Ra
02. Chnoem, de pottenbakker
03. Osiris en de morgenster

HOOFDSTUK V:
01. Elia en Johannes de Doper
02. Koning Saul en Paulus
03. Koning Salomo en Prediker
04. Christus
05. Wederkomst van Jezus/Christus
06. Koning David en Jezus

AFBEELDING A

Karma en reïncarnatie in de Bijbel

Hoofdstuk II: karma

01. De leerschool

Ieder mens koestert bepaalde verwachtingen van het leven. De één wil aanzien, de ander rijkdom of succes. Slechts een enkeling heeft niet zulke persoonlijke verwachtingen, en ziet zijn leven niet als een verblijf in een pretpark maar als innerlijke leerschool.
De vele levens die een mens via reïncarnatie doorloopt, zijn noodzakelijk om zich bewust te kunnen worden van het Inwonend Leven: de ziel of Christusbewustzijn. Door alle “klassen” te doorlopen, bepaalde ervaringen mee te maken en beproevingen te doorstaan, ontwikkelt de mens geleidelijk aan meer inzicht, en zal hij zich met een nieuw bewustzijn identificeren.
Door de gehele geschiedenis van Israël treffen we personen aan - richteren, profeten, apostelen - die bezig waren met het geven van onderricht en verwoede pogingen ondernamen om het volk te bekeren tot JHWH, de alom tegenwoordig Zijnde. Vooral in het Nieuwe Testament komt tot uitdrukking, dat er een fors pakket aan instructies moest worden opgevolgd om de wedergeboorte van de nieuwe Mens mogelijk te maken; in feite betrof het een complete transformatie van de persoonlijkheid.
Om te beginnen waren de begeerte-aard en het ego een obstakel.

Rm.14:17-
Want het Koninkrijk Gods bestaat niet uit eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap, door de Heilige Geest.

Jc.02:01-              
Mijn broeders, houdt uw geloof in onze Here der heerlijkheid, Jezus Christus, vrij van aanzien des persoons.

Gl.05_16- 
Dit bedoel ik: wandelt door de Geest en voldoet niet aan het begeren van het vlees. Want het begeren van vlees gaat in tegen de Geest en dat van de Geest tegen het vlees want deze staan tegenover elkander zodat gij niet doet wat gij maar wenst.

Men mocht zich niet langer identificeren met de aardse materie en het vormleven, want de gezindheid van de geest stond centraal.

Rm. 08:05-                       
Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest. Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezind-heid van de Geest is leven en vrede.

Ook de manier van denken moest worden aangepast.

Rm.12:02-
En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken.

En tot slot was het doel van deze algehele transformatie de vereenzelviging of vereniging met Christus. Uiteraard was Jezus hét grote voorbeeld, omdat Zijn innerlijk Leven volkomen in overeenstemming was met Zijn aardse leven.

1Jh.02:05-           
Hieraan onderkennen wij, dat wij in Hem zijn. Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort zelf zó te wandelen, als Hij gewandeld heeft.

Al met al worden er hoge eisen gesteld. Bovendien betrof het een leerschool, die uitsluitend op aarde kan worden volbracht. Wederom kunnen we dan de vraag stellen hoe een dergelijke opdracht is te verwerkelijken zonder reïncarnatie.

Zij, die zich op een hogere trede van de evolutieladder bevonden, voelden zich geroepen om voor herder te spelen en de verdwaalde schapen weer thuis te brengen.
In het oude Griekenland werden kennis en wijsheid op de pleinen en onder de stadspoorten onderwezen. Aangezien het daar altijd een drukte van belang was, waren dit de geijkte plaatsen waar de Wijzen hun stem konden laten horen. Ps.01:20 schetst een aardig tafereel van de Griekse agora’s, waar de bevolking bijeenkwam om naar de filosofen te luisteren en met elkaar in debat te treden.

Ps.01:20-                             
De wijsheid roept luide op de straat,
op de pleinen verheft zij haar stem,
op de hoek der rumoerige straten roept zij,
bij de ingangen der poorten, in de stad, spreekt zij haar redenen.
Hoelang zult gij, onverstandigen, het onverstand liefhebben, zullen spotters aan spotternij welgevallen hebben, en dwazen de kennis haten?

Velen zullen echter moeite hebben gehad met het onderwijs en er was een zekere rijpheid en voorkennis nodig om de leringen te kunnen volgen.

1Cor.02:06-         
Toch spreken wij wijsheid bij hen, die daarvoor rijp zijn, een wijsheid echter niet van deze eeuw, noch van de beheersers dezer eeuw, wier macht teniet gaat, maar wat wij spreken, als een geheimenis, is de verborgen wijsheid Gods (...).

2Tm.04:03-          
Want er komt een tijd, dat de mensen de gezonde leer niet meer zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich leraars zullen bijeengaren, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels keren.

Ga verder met hoofdstuk II, paragraaf 01»