HOME


INLEIDING

HOOFDSTUK I
01. Rechtvaardigheid
02. De uitverkorenen
03. De nieuwe Mens
04. Van Oude naar Nieuwe Testament
05. Volmaakt in één leven?
06. Twee wegen, één leven

HOOFDSTUK II:
01. De leerschool
02. Karma in de Bijbel
03. Handelen
04. De zonde
05. Groepskarma
06. Vergankelijk, onvergankelijk zaad

HOOFDSTUK III:
01. Reïncarnatie en de ziel
02. De cyclus van de ziel
03. De ziel in de Bijbel
04. Incarnatie en excarnatie
05. Herleven
06. Wederkeren
07. Het dal der macaberen

HOOFDSTUK IV:
Inleiding
01. De zonnegod Ra
02. Chnoem, de pottenbakker
03. Osiris en de morgenster

HOOFDSTUK V:
01. Elia en Johannes de Doper
02. Koning Saul en Paulus
03. Koning Salomo en Prediker
04. Christus
05. Wederkomst van Jezus/Christus
06. Koning David en Jezus

AFBEELDING A

Karma en reïncarnatie in de Bijbel

In Mt.24:27 is de komst van de Zoon des mensen de vertaling van het Latijnse adventus Filii hominis: de tweede komst van de Zoon van God in het vlees

Mt.24:27-
Want gelijk de bliksem komt van het oosten en het licht tot het westen, zo zal de komst van de Zoon des  mensen  zijn.

Hoewel het hier om de bliksem gaat, is het oosten en westen een toespeling op de opkomst en ondergang van de zon, de schijnbare baan die de zon langs de hemel beschrijft. De bliksem is de vertaling van het Latijnse woord fulgur, dat ook schittering, glans of straling kan betekenen, eigenschappen die met evenveel recht naar de zon verwijzen.
Volgens Mt.24:27 verliep de komst van de Zoon langs dezelfde baan die door bovengenoemde goden werd bewandeld. Aldus zal Zijn wederkomst aanvankelijk in verband zijn gebracht met reïncarnatie.
Tegenwoordig kennen we de Advent als de periode die aan kerstmis vooraf gaat. De advent begint op de vierde zondag voor kerst, met de bedoeling dat gelovigen toeleven naar de kerstgedachte dat Jezus of Christus in hun leven zal verschijnen.

06. Koning David en Jezus

Het Oude Testament kent  slechts één man die de naam David droeg, namelijk de koning van Israël die omstreeks 1010-970 voor Christus zou hebben geleefd. Helaas zwijgen de Egyptische farao’s en andere tijdgenoten van David in hun jaarboeken volledig over David, zodat we hem alleen maar kennen van de Bijbel. Zijn rol is nogal dubieus. Enerzijds trad hij op als een berekenend politicus, die vele misstappen begin en er een praktijk van moord en doodslag op nahield, anderzijds komt hij - vooral in de Psalmen - naar voren als een zeer gelovig en godsdienstig man.
De Heilige Schrift bericht dat Jezus voortkwam uit het geslacht van David en deze paragraaf gaat dieper in op de bijzondere relatie tussen beide figuren. We beginnen bij het begin, te weten de vader van David die Isaï heette.

Js.11:01-
En er zal een rijsje voortkomen uit de tronk van Isaï en een scheut uit zijn wortelen  zal vrucht dragen. En op hem zal de Geest des HEREN rusten, de Geest van wijsheid en verstand, de Geest van raad en sterkte, de Geest van kennis en vreze des HEREN.

De tronk duidt op het onvergankelijke zaad. Als een boom wordt gekapt, loopt de stronk immers vanzelf weer uit. Al direct blijken er twee verbindingen te bestaan tussen David en Jezus.
1.
De ene lijn loopt via veranderlijk zaad (biologische erfelijkheid).
2.
De andere lijn vloeit voort uit onveranderlijk (geestelijk) zaad.

Jb.14:08-  
Want voor een boom blijft er nog hoop; wordt die omgehouwen, hij loopt weer uit, en zijn nieuwe scheuten blijven niet achterwege. Wanneer zijn wortel in de aarde verouderd en zijn tronk in de grond afsterft, dan bot hij weer uit, zodra hij water ruikt, en schiet twijgen als een jonge plant.

Jr.23:05- 
Zie de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik aan David een rechtvaardig Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israël veilig wonen en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen: de HERE onze gerechtigheid.

Jr.33:15- 
In die dagen en de dien tijde  zal Ik aan David een Spruit der gerechtigheid doen ontspruiten, die naar recht en gerechtigheid in het land zal handelen.

Enkele eeuwen na de dood van David, werden er voorspellingen over zijn volgend leven gedaan in de boeken Jeremia, Ezechiël en Hosea.

Jr.30:09- 
(…) maar zij zullen de HERE, hun God, dienen en David, hun koning, die Ik hun verwekken zal.

Ez.34:24- 
Dan zal Ik één herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn. Ik, de HERE, zal hun tot een God zijn, en mijn knecht David zal vorst wezen in hun midden.

Ez.37:24- 
En mijn knecht David zal koning over hen wezen (…).

Hos.03:05-          
Daarna zullen de Israëlieten zich bekeren, en de HERE, hun God, zoeken, en David, hun koning, en bevend komen tot de HERE en tot zijn heil - in de dagen der toekomst.

Koning David, de knecht de Heren, zou in de toekomst opnieuw verwekt worden. Hier zal men dus gedacht
hebben aan een reïncarnatie, wat nog eens extra  wordt bevestigd door Am.09:11, waar gezegd wordt dat de
hut van David weder opgericht zal worden. De hut duidt op de incarnatie in een nieuw lichaam, namelijk dat
van Jezus.

Am. 09:11-
Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weder oprichten.

 

Ga verder met hoofdstuk V, paragraaf 06 »