HOME

"KEN UZELVE"

INLEIDING

HOOFDSTUK I: De persoon

01. Geen aanzien des persoons
02. Begoocheling
03. Egoïsme
04. Over mijn en dijn
05. Begeerte
06. De buik
07. De slavernij

HOOFDSTUK II: Ken uzelve

01. Het Zelf
02. De ziel
03. De nieuwe Mens

HOOFDSTUK III: Transformatie

01. Meerdere niveaus
02. Denken
03. Willen
04. Gevoelens
05. De schillen afpellen
06. De aarden vaten
07. Binnen en buiten

HOOFDSTUK IV: Verwantschap

01. De wet van analogie
02. Zo vader, zo zoon
03. Allen zonen Gods
04. De kinderkens
05. Het zaad
06. Erfelijkheid
07. Erfgenamen en erfdeel
08. Broeders en zusters


"KEN UZELVE"

HOOFDSTUK III: De transformatie

01. Meerdere niveaus

In alle oude culturen heerste de gedachte, dat de dood alleen het ontbinden van het stoffelijk lichaam inhoudt, en de ziel verder leeft in andere sferen. De ziel werd voorgesteld als een vogel, of in ieder geval als een of ander gevleugeld wezen. Op die manier kon zij zich na de dood letterlijk vogelvrij door de ruimte bewegen, zonder ook maar enig obstakel tegen te komen.
De Egyptenaren noemden de ziel ba, een vogel met mensenhoofd die ten hemel steeg.

Js.18:02-        
Wee het land van vleugelgegons aan de overzijde der rivieren van Ethiopië, dat boden overzee zendt, in biezen boten over de wateren.

In de Heilige Schrift zijn het engelen of cherubs, gevleugelde wezens met een menselijke gestalte, die de overledenen naar het zielenrijk loodsten, terwijl de Geest ook wel met een duif werd vergeleken.

Gn.08-08-       
Daarna liet hij een duif uit om te zien, of de wateren afgenomen waren van de aardbodem. Doch de duif vond geen rustplaats voor het hol van haar voet en keerde tot hem in de ark terug, omdat de gehele aarde water was, en hij stak zijn hand uit, greep haar en bracht haar tot zich in de ark.

Jh.01:32-        
En Johannes getuigde en zeide: Ik heb aanschouwd, dat de Geest nederdaalde als een duif uit de hemel, en Hij bleef op Hem.

Mt.03:16-       
Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen.

In de Oudheid bestond bovendien de opvatting, dat de totale mens een samenstelling was van verschillende aspecten. Naast de ba, die als ziel de onsterfelijke dimensie van de mens vertegenwoordigde, bezat men volgens de Egyptenaren nog een ka (levenskracht, dubbelganger) en een ach dat schitteren betekent en naar geest verwijst. De dubbelganger ka (het zogeheten etherisch- of levenslichaam) lijkt in de Bijbel te worden voorgesteld door een engel.

De Grieken deelden de mens in vier eenheden in: soma (lichaam), psyche (ziel), nous (denkend beginsel, de kenner die kennis over zichzelf verwerft), en pneuma (geest). De Egyptische ba was nauw verwant aan de Griekse psychè: ziel.
Daarnaast meende Plato dat de mens was opgebouwd uit drie niveaus, die correspondeerden met zijn drie functies: denken, voelen en willen.
1.  Het hoofd, waarin het denken en de geest zetelt.
2.  De borst (hart) correspondeert met het gevoel, onbaatzuchtige liefde.
3.  Het onderlijf (buik) is de plaats, waar de begeerte heerst.

In de Bijbel komen soortgelijke indelingen voor. In het Oude Testament wordt al onderscheid gemaakt tussen het stoffelijk lichaam, de ziel (nephes) en geest (roeach). Roeach kan ook adem en ademhaling betekenen.
Een indeling in hart (gevoel), ziel en verstand komen we tegen bij Mt.22:36.

Mt.22:36-
(…) Meester, wat is het grote gebod in de wet? Hij zeide tot hem: Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel  en met geheel uw verstand.

En niet te vergeten spreekt de Bijbel van de Drie-eenheid lichaam, ziel en geest.
Volgens Paulus correspondeerde de ziel en de geest met twee lichamen: het zielenlichaam en een geestelijk lichaam.

1Cor.15: 45-           
Is er een natuurlijk lichaam, er bestaat ook een geestelijk lichaam. Aldus staat er ook geschreven: de eerste mens, Adam, werd een levende ziel; de laatste Adam een levendmakende geest. Doch het geestelijke komt niet eerst, maar het natuurlijke, en daarna het geestelijke. De eerste mens Adam, is uit de aarde, stoffelijk, de tweede mens is uit de hemel (…).

Los van de vraag welke indeling juist is, geven de verschillende niveaus aan dat men zich moest ontwikkelen naar een hogere levensvorm, een hogere staat van Zijn. Bij elk niveau hoorde kennelijk een daarop afgestemd lichaam, gelijk een duiker een speciaal pak nodig heeft om de diepte van de zee te kunnen betreden. Het bereiken van het doel, de identificatie of vereniging met de ziel en vervolgens met de geest (bijvoorbeeld het Christusaspect) is uiteraard pas mogelijk als de lagere aspecten zijn aangepast aan de hogere. Een en ander houdt in dat  begeerte moest worden omgezet in een hogere wil (de Wil van Christus), dat lagere emoties moesten veranderen in hogere gevoelens van liefde en mededogen, en dat ook de gedachtewereld getransformeerd moest worden naar een hoger niveau van denken en wijsheid. En daarbij is het wel duidelijk dat een dergelijke transformatie zich niet in één leven kan voltrekken.


02. Denken

Op het niveau van het lager ego vormt het dualistisch denken een van de grootste problemen. Het lager ego denkt in tegenstellingen, twijfelt tussen het een en het ander, en maakt bijvoorbeeld subjectief onderscheid tussen goed en kwaad.

1Tm.06:20-    
O Timotheus, bewaar wat u is toevertrouwd, houdt u buiten het bereik van de onheilige, holle klanken en de tegenstellingen der ten onrechte zo genoemde kennis.

Ga verder met hoofdstuk III, paragraaf 02 »