HOME

DE WET VAN ANALOGIE

HET DUALITEITSPRINCIPE
Inleiding
Hoofdstuk I: functies van dualiteit
01. Dualiteit en schepping
02. Dualiteit en verandering
03. Dualiteit en beweging
04. Dualiteit en evenwicht
05. De weegschaal
Hoofdstuk II: valkuilen van dualiteit
01. Scheuring en verdeeldheid
02. Dualiteit en strijd
03. Dualiteit en scheiding
04. Geen partij kiezen
05. Dualiteit en begoocheling
06. Horizontale en verticale lijn
07. Drie fasen van bewustzijn.
Hoofdstuk III: voorbeelden
01. Opkomst en ondergang zon
02. Leven en dood
03. Opbouw en afbraak
04. Goed en kwaad
05. Man en vrouw
06. Links en rechts
07. Nog meer voorbeelden

DE KRINGLOOP
01. Het geocentrisch wereldbeeld
02. Kringloop in de Bijbel
03. Kringloop en mythologie
04. Kringloop en tijd
05. Kringloop en bestemde tijd
06. Kringloop en het lot
07. Zieners en droomuitleggers

DE GROEISPIRAAL
01. Inleiding
02. De toren van Babel
03. Verzamelen en verstrooien
04. Door de wind voortgedreven
05. Als het Rad stilstaat

kosmische samenhang

03. Opbouw en afbraak

Waar de Geschriften dikwijls op terugkomen is de tegenstelling opbouw en afbraak.

Jr.31:28-
En het zal gebeuren, zoals Ik wakker ben geweest om hen uit te rukken en af te breken, te verwoesten en te verdelgen en rampen over hen te brengen, zo zal Ik wakker zijn om hen op te bouwen en te planten luidt het woord des HEREN.

Jr.18:07-
Het ene ogenblik doe Ik over een volk en een koninkrijk de uitspraak, dat Ik het zal uitrukken, afbreken en verdelgen, maar bekeert zich dit volk, waarover Ik een uitspraak deed, van mijn boosheid, dan zal Ik berouw hebben over het kwaad, dat Ik hen dacht aan te doen. Het andere ogenblik doe Ik over een volk en koninkrijk de uitspraak, dat Ik hen zal bouwen en planten (…).

Jc.04:12-
Eén is wetgever en rechter. Hij die de macht heeft om te behouden en te verderven.

Eenheid en dualiteit zijn twee basiswetten van het universum, maar worden hier gepersonifieerd door wetgever en rechter.

Ps.28:05-
Omdat zij niet letten op de daden des HEREN, noch op het werk zijner handen, zal Hij hen afbreken en niet opbouwen.

Het actieve deel van God berust op dualiteit.

Jr.12:15-
Maar nadat Ik hen heb weggerukt, zal Ik Mij weder over hen erbarmen en hen terugbrengen, een ieder naar zijn erfdeel (…).

2Cor.13:10-
Hierom schrijf ik dit uit de verte, om bij mijn komst niet streng te moeten optreden naar de bevoegdheid, die de Here mij gegeven heeft om op te bouwen en niet om af te breken.

Ten tijde van Paulus was er kennelijk een periode van opbouw aangebroken.

Een belangrijke conclusie uit deze paragraaf is, dat de geschiedenis zich beweegt tussen opbouw, blinken en verzinken. Beschavingen groeien uit, stabiliseren zich enige tijd, om vervolgens ten onder te gaan. Dot gold voor Babel, voor Egypte, de Griekse beschaving en in principe voor ieder mens persoonlijk.

De tegenstelling opbouw en afbraak komt op hetzelfde neer als genezen en verbrijzelen.

Dt.32:39-
Zie nu, dat Ik, Ik het ben, daar is geen God behalve Mij. Ik dood en doe herleven. Ik verbrijzel en genees.

Jb.05:18-
(…) want Hij verwoest en Hij verbindt. Hij slaat en zijn handen helen (…).

Hos.6:01-
Want Hij heeft verscheurd en zal ons helen. Hij heeft geslagen en zal ons verbinden. Hij zal ons na twee dagen doen herleven, ten derde dag zal Hij ons oprichten, en wij zullen leven voor zijn aangezicht.

04. Goed en kwaad

Het conflict tussen goed en kwaad loopt als een constante factor door de hele Bijbelse geschiedenis. Maar wat is goed en wat is kwaad? Het was ondermeer Plato die het Ene goed noemde, een opvatting die we eveneens in de Bijbel tegenkomen, met dien verstande dat de Eenheid hier aan God wordt toegeschreven, en Plato van een wetmatigheid uitging.

Mt.19:16-
En zie: iemand kwam tot hem en zeide: meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Hij zeide tot hem: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Eén is de Goede.

Lc.18:19-
Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij Goed? Niemand is goed dan God alleen.

Jc. 04:11-
Spreekt geen kwaad van elkander, broeders. Wie van zijn broeder kwaad spreekt, of hem oordeelt, spreekt kwaad van de wet en oordeelt haat. Eén is wetgever en rechter.

De wetgever (kosmische wet) die hier bedoeld wordt, beoordeelt niet naar subjectief goed en kwaad, maar komt neer op Maät: het herstel van kosmisch Evenwicht.
Goed en kwaad,  rechtvaardig en onrechtvaardig; het komt alles uit Eén en hetzelfde voort.

Mt.05:45-
(…) want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden, en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

 

Ga verder met hoofdstuk III, paragraaf 04 »