HOME

DE WET VAN ANALOGIE

HET DUALITEITSPRINCIPE
Inleiding
Hoofdstuk I: functies van dualiteit
01. Dualiteit en schepping
02. Dualiteit en verandering
03. Dualiteit en beweging
04. Dualiteit en evenwicht
05. De weegschaal
Hoofdstuk II: valkuilen van dualiteit
01. Scheuring en verdeeldheid
02. Dualiteit en strijd
03. Dualiteit en scheiding
04. Geen partij kiezen
05. Dualiteit en begoocheling
06. Horizontale en verticale lijn
07. Drie fasen van bewustzijn.
Hoofdstuk III: voorbeelden
01. Opkomst en ondergang zon
02. Leven en dood
03. Opbouw en afbraak
04. Goed en kwaad
05. Man en vrouw
06. Links en rechts
07. Nog meer voorbeelden

DE KRINGLOOP
01. Het geocentrisch wereldbeeld
02. Kringloop in de Bijbel
03. Kringloop en mythologie
04. Kringloop en tijd
05. Kringloop en bestemde tijd
06. Kringloop en het lot
07. Zieners en droomuitleggers

DE GROEISPIRAAL
01. Inleiding
02. De toren van Babel
03. Verzamelen en verstrooien
04. Door de wind voortgedreven
05. Als het Rad stilstaat

kosmische samenhang

2.
Een tweede verklaring voor de strijd kan betrekking hebben op de dualiteit die bestreden moest worden, omdat dit principe niet beantwoordde aan de staat van Eenheid (de HERE), en vandaar waarschijnlijk de strijd met God.

Onverstandige strijdvragen komen voort uit een dualistisch ingestelde geest.

2Tim.02:23-
(…) maar wees afkerig van de dwaze en onverstandige strijdvragen, gij weet immers, dat zij twisten te weeg brengen (…).

1Tim.06:12-
Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt.

2Cor.10:03-
Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk (…).

Aan de goede strijd komen geen bijlen en hooivorken te pas. Zij berust immers op een innerlijke strijd, waarbij de mens moet trachten om tegengesteld werkende krachten in harmonie te krijgen.

2Tim.02:05-
En is iemand een kampvechter, dan ontvangt hij de krans alleen, als hij volgens de regels van de kamp heeft gestreden.

Jc.04:04-
Overspeligen, weet gij niet dat de vriendschap met de wereld vijandschap tegen God is?

Vriendschap met de wereld betekent in feite identificatie met dualiteit.

Mt.05:44-
Gij hebt gehoord dat er gezegd is: gij zult uw naasten liefhebben als uzelf en uw vijand haten, maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief.

Ef.02:14-
(…) want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur, die scheiding maakte, de vijandschap heeft weggebroken.

De Griekse filosoof Heraklitus deelde over oorlog en vrede mee:
God is dag en nacht, zomer en winter, oorlog en vrede, verzadiging en honger. Hij is alle tegendelen, dat is de bedoeling. Hij neemt alleen andere gestalten aan. Men hoort te weten dat de echte oorlog iets universeels is en recht tweedracht, en dat alles in tweedracht tot stand komt en dienovereenkomstig gehanteerd wordt”.

Oorlog wordt hier verheven tot de onophoudelijke strijd die tegendelen met elkaar leveren, en is van universele strekking.
Ook de betekenis van het zwaard (met name het tweesnijdend zwaard) moet in de context van het dualiteitsprincipe worden opgevat.

Hbr. 04:12-
(…) want het woord des HEREN is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep dat het vaneen scheidt ziel en geest (…).


03. Dualiteit en scheiding

In het Oude Testament wordt het dualiteitsprincipe soms in verhalende vorm uitgedrukt. Bijvoorbeeld bij de geschiedenis van Jakob en Esau. Als tweeling vormden zij een onafscheidelijk geheel, en toch zouden de oudste en de jongste, de wilde jager en de huiselijk man zich scheiden. De volgende twee fragmenten zijn op dualiteit gebaseerd.

Gn.25:23-
En de HERE zeide tot haar: Twee volken in uw schoot, en twee naties zullen zich scheiden uit uw lichaam; de ene natie zal sterker zijn dan de andere, en de oudste zal de jongste dienstbaar wezen.

Rm.09:10-
Maar dit niet alleen; daar is ook Rebekka, bevrucht van één man, onze vader Izak. Want toen de kinderen nog niet geboren waren en goed noch kwaad hadden gedaan –opdat het verkiezende voornemen Gods zou blijven, niet op grond van werken, maar op grond daarvan dat Hij riep, - werd tot haar gezegd: De oudste zal de jongste dienstbaar zijn, gelijk geschreven staat: Jakob heb Ik liefgehad, maar Ezau heb Ik gehaat.

Voor hun geboorte waren de twee broers een eenheid (noch goed, noch kwaad). Maar zoals het kosmische Ei zich in tweeën splitst, zo zouden Jakob en Esau zich scheiden in twee naties. Jakob zou Israël vertegen-woordigen, de groep ingewijden die naar eenheid streefden en een monotheïstische God beleden. De behaarde Esau, symboliseert het dierlijke en verscheurende aspect, de dualiteit.

Ga naar hoofdstuk II, paragraaf 04 »