HOME

DE WET VAN ANALOGIE

HET DUALITEITSPRINCIPE
Inleiding
Hoofdstuk I: functies van dualiteit
01. Dualiteit en schepping
02. Dualiteit en verandering
03. Dualiteit en beweging
04. Dualiteit en evenwicht
05. De weegschaal
Hoofdstuk II: valkuilen van dualiteit
01. Scheuring en verdeeldheid
02. Dualiteit en strijd
03. Dualiteit en scheiding
04. Geen partij kiezen
05. Dualiteit en begoocheling
06. Horizontale en verticale lijn
07. Drie fasen van bewustzijn.
Hoofdstuk III: voorbeelden
01. Opkomst en ondergang zon
02. Leven en dood
03. Opbouw en afbraak
04. Goed en kwaad
05. Man en vrouw
06. Links en rechts
07. Nog meer voorbeelden

DE KRINGLOOP
01. Het geocentrisch wereldbeeld
02. Kringloop in de Bijbel
03. Kringloop en mythologie
04. Kringloop en tijd
05. Kringloop en bestemde tijd
06. Kringloop en het lot
07. Zieners en droomuitleggers

DE GROEISPIRAAL
01. Inleiding
02. De toren van Babel
03. Verzamelen en verstrooien
04. Door de wind voortgedreven
05. Als het Rad stilstaat

kosmische samenhang

DE KRINGLOOP

01. Het geocentrisch wereldbeeld

Onder invloed van het analogisch denken waren wetenschap, astronomie, astrologie, geneeskunde en godsdienst in de Oudheid nauw met elkaar verweven. Een astroloog (sterrenwichelaar) of astronoom  kon tevens priester zijn en zich bezighouden met godsdienst en mystiek. Aangezien het heelal de verblijfplaats van de goden was, beschouwden zowel astronomen, sterrenwichelaars als priesters de kosmos als een uitermate belangrijk onderwerp voor hun studie.
Er bestonden verschillende opvattingen over de indeling van het heelal. Het Babylonische wereldbeeld week bijvoorbeeld af van de Egyptische voorstelling. Gemeenschappelijk was echter het idee dat de aarde het middelpunt van het heelal was, en zo kon het gebeuren dat het geocentrisch wereldbeeld eeuwenlang bepalend was voor godsdienst en mystiek.

Omstreeks 600 voor Chr. begon het rationele denken zich te ontwikkelen, en sindsdien werden er nieuwe feiten over de kosmos ontdekt. Aristarchus van Samos (310-230 voor Chr.) was de eerste astronoom die een heliocentrische wereldbeeld voorstelde. De geleerde was verbonden aan het  “Museum te Alexandrië, een aan de Muzen gewijde plaats waar de hogere studies werden onderwezen. In deze stad was ook de beroemde bibliotheek gevestigd, die helaas in 389 na Chr. door brand volledig werd verwoest.

Het heliocentrische systeem van Aristarchus werd evenwel door Claudios Ptolemaeus (150 na Chr.) verworpen. In een lijvig boekwerk “de Tetrabiblos” ging Ptolemaeus uitgebreid in op het duiden van horoscopen, en werd het geocentrische wereldbeeld door hem in ere hersteld. De invloed van zijn visie zou tot lang in de Middeleeuwen standhouden, tot Copernicus het hardnekkige misverstand voorgoed uit de wereld zou helpen

Groot was de ontsteltenis van de Kerk, toen Copernicus in 1508 zijn sterrenkundige verhandeling schreef, waarin hij opmerkte:
"Wat zich aan ons voordoet als het bewegen van de zon is niet het gevolg van haar eigen beweging, maar van de beweging der aarde".
Voor de Kerk moet de conclusie van Copernicus een cultuurschok zijn geweest, want veel in de Bijbel was op het geocentrische wereldbeeld gebaseerd. Het was dus geen wonder dat Luther destijds nogal vinnig reageerde: deze dwaas (Copernicus) zet de hele wetenschap van de sterrenkunde op zijn kop! Uiteindelijk zou het conflict tot een splitsing van godsdienst en wetenschap leiden.
Tot grote verbazing van de geleerden, zag de Kerk in de nieuwe wetenschappelijke inzichten geen enkele aanleiding om tot rectificatie over te gaan, met als gevolg dat veel bijbelteksten tot op de dag van heden nog steeds op de oude voorstelling van het heelal gebaseerd zijn. Ondermeer bij Pr.01:05.

Pr.01:05-     
Het ene geslacht gaat en het andere komt, maar de aarde blijft altoos staan. De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats waar zij opkomt. De wind gaat naar het zuiden en draait naar het noorden, aldoor draaiend gaat hij voort en op zijn kringloop keert de wind terug.

Dat correcties al die jaren uitbleven, valt maar op één manier te verklaren, namelijk dat het geocentrische wereldbeeld van oudsher de basis was van talloze gnostische en mystieke ideeën, zowel binnen als buiten de grenzen van Israël. Kortom, het betreft hier een symbolische voorstelling van de kosmos, waarbinnen kringloop, dualiteit en lotsbestemming een rol spelen, maar waarschijnlijk ook aanverwante zaken zoals karma en reïncarnatie . En zoals opgemerkt, vinden we deze symbolische voorstelling in de horoscoop terug, die nog steeds door astrologen wordt gebruikt om het lot en de toekomst te voorspellen.

Overigens komt ook het heliocentrisch wereldbeeld in de Bijbel voor. Jeruzalem bijvoorbeeld, werd als het middelpunt van het heelal ook wel voorgesteld als de Centrale Zon (de Vuurhaard).

Js.29:01-
Wee Vuurhaard veste waar David zich legerde! Voegt jaar bij jaar, laat de feesten hun kringloop volbrengen, maar Ik zal de Vuurhaard benauwen, dan zal er gekerm en gesteun zijn en het zal Mij als een vuurhaard zijn.

De twee maal Vuurhaard met hoofdletter duidt op de Centrale Zon. Bij de derde vuurhaard zou de stad in vlammen opgaan.

02. Kringloop in de Bijbel

Gezien het scheppingsverhaal in het boek Genesis, moet de kringloop al aanwezig zijn geweest op de vierde scheppingsdag, toen er lichten (zon, maan en sterren) aan het uitspansel werden geschapen om onderscheid te maken tussen de dag en de nacht. Zij komt echter pas voor het eerst ter sprake bij Gn.08:22.

Gn.08:22-
Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden.

Koude en hitte, zomer en winter houden het rad in beweging. Merk op dat de getallen 0 en 8 in Gn.08:22 naar de oneindige kringloop verwijzen en het getal 22 naar dualiteit.
De omloop van de zon was verantwoordelijk voor dag en nacht, licht en duisternis; de maan regelde eb en vloed, en verder waren er nog de sterrenbeelden waardoor het leven op aarde werd beïnvloed. Al naar gelang de voorkeur voor een bepaald hemellichaam, ontwikkelden zich diverse denktradities, waarbij het ene genootschap zich op de invloed van de zon richtte en de andere op de maan. Bij Js. 66:23 en Ez.46:01 staat de kringloop van de maan centraal.

Js.66:23- 
En het zal geschieden van nieuwe maan tot nieuwe maan en van sabbat tot sabbat, dat al wat leeft zal komen om zich voor mijn aangezicht neer te buigen.

Ga verder met paragraaf 02 »