HOME

DE WET VAN ANALOGIE

HET DUALITEITSPRINCIPE
Inleiding
Hoofdstuk I: functies van dualiteit
01. Dualiteit en schepping
02. Dualiteit en verandering
03. Dualiteit en beweging
04. Dualiteit en evenwicht
05. De weegschaal
Hoofdstuk II: valkuilen van dualiteit
01. Scheuring en verdeeldheid
02. Dualiteit en strijd
03. Dualiteit en scheiding
04. Geen partij kiezen
05. Dualiteit en begoocheling
06. Horizontale en verticale lijn
07. Drie fasen van bewustzijn.
Hoofdstuk III: voorbeelden
01. Opkomst en ondergang zon
02. Leven en dood
03. Opbouw en afbraak
04. Goed en kwaad
05. Man en vrouw
06. Links en rechts
07. Nog meer voorbeelden

DE KRINGLOOP
01. Het geocentrisch wereldbeeld
02. Kringloop in de Bijbel
03. Kringloop en mythologie
04. Kringloop en tijd
05. Kringloop en bestemde tijd
06. Kringloop en het lot
07. Zieners en droomuitleggers

DE GROEISPIRAAL
01. Inleiding
02. De toren van Babel
03. Verzamelen en verstrooien
04. Door de wind voortgedreven
05. Als het Rad stilstaat
06. Het getal zeven
07. In doeken gewikkeld

kosmische samenhang

07. In doeken gewikkeld

In hoeverre het bij Israël gebruikelijk was pas geboren kinderen in doeken te wikkelen, valt uit de Bijbel niet op te maken. De enige aanwijzing voor deze traditie komt namelijk voor bij het kindeke Jezus.

Lc.02:06-
En het geschiedde, toen zij daar waren, dat de dagen vervuld werden, dat zij baren zou, en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.

Lc.02:12-
En dit zij u het teken: Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.

Het lange band, dat werd gebruikt om pasgeboren baby's mee in te wikkelen, is hier omschreven als doeken, alsof het om een baal oude lappen ging. Etymologisch is doek echter in verband te brengen met stof, zodat we kunnen concluderen dat een geboorte (volgens het principe van de groeispiraal) een inwikkeling in de stof inhield. De windselen duiden er bovendien op dat een geboorte in de stof gevangenschap betekent.
Wat uiteraard meer bekend is, is de Egyptische gewoonte om hun doden te mummificeren, een ritueel dat eveneens bij Jezus werd uitgevoerd.

Jh.19:40-
Zij namen dan het lichaam van Jezus en wikkelden het in linnen windsels met de specerijen, zoals het bij Joden gebruikelijk is te begraven.

Mt.27:39-
En Jozef naam het lichaam en wikkelde het in zuiver linnen, en legde het in zijn nieuwe graf, dat hij in de rots had laten uithouwen, en na een grote steen voor de ingang van het graf te hebben gewenteld, ging hij heen.

Het Egyptische ritueel van het mummificeren, stond niet op zichzelf, maar sloeg terug op de Egyptische god Osiris, die net als Jezus geleden had, vermoord was en daarna weer tot leven was gekomen. Op vele afbeeldingen zien we Osiris als mummie in witte banden verpakt. Het was echter zijn vader Horus die Osiris bevrijde van zijn banden. We lezen hierover iIn het Egyptische Dodenboek bij spreuk 158.
Wat zien we nu gebeuren na de dood van Christus?

Lc.24:12-
Doch Petrus stond op en liep snel naar het graf. En toen hij zich bukte, zag hij alleen de windsels. En hij ging weg, bij zichzelf verbaasd over wat er moest zijn gebeurd.

De windselen van Jezus waren afgelegd. Met andere woorden: er was bevrijding gekomen.
Op symbolische wijze vertelt bovenstaand verslag ons dus, dat het inwikkelen en afwikkelen betrekking hebben op de centrifugale en centripetale beweging van de groeispiraal, en met name in verband werden gebracht met leven en dood, geboorte en sterven. Aangezien inwikkelen en afwikkelen elkaars tegengestelden zijn, en dualiteit zich in cyclisch verband voordoet, kunnen we als tweede conclusie stellen, dat leven en dood zich eveneens in cyclisch verband afspelen, en er sprake moet zijn van reïncarnatie.

Het volgende fragment gaat over Nebukadrezar, de koning van Babel die uit het noorden afdaalde om Egypte te veroveren.

Jr.43:12-   
(...) en hij zal zich in het land Egypte wikkelen, zoals een herder zich in zijn mantel wikkelt (...)

Egypte, het land van de vleespotten, beeldt het stofaspect uit. De koning van Babel daalde af in de stof en bevond zich op de uitwaartse richting van de spiraal. Bij de intrede in de stof, verkrijgt de ziel zijn fysieke vorm, hier voorgesteld door een herdersmantel, die normaal gesproken van geitenhaar was. Bij hoog geplaatste personen was de mantel van dure, rood geverfde stof. Eigenlijk wordt hier dus uitgelegd dat de koning van Babel zich had verlaagd, zich had vernederd en van zijn troon was gestoten.

Naast het werkwoord wikkelen word de spiraalbeweging in de Heilige Schrift ook wel uitgelegd middels het werkwoord slingeren.

Js.22:17- 
Zie, de HERE zal u wegslingeren, zoals een man iets wegslingert. Hij zal u stevig ineenwikkelen, u vast in elkaar rollen als een kluwen u wegwerpen, als een bal naar een zeer uitgestrekt land, daar zult gij sterven en daar zullen uw praalwagens zijn.

Tijdens het wegslingeren, wordt de mens als bal of  kluwen wol ineengewikkeld. Ook hier wordt de gang van de mens richting stof omschreven, het gebied waar de praalwagens zijn (Egypte, de slavernij, het lager ego). De tekst doet denken aan de geschiedenis van de legendarische Ariadne, maar dan weer in omgekeerde richting. Ariadne was de dochter van de Kretenzische koning Minos. Zij gaf Theseus een kluwen mee, die hij bij het binnendringen van het doolhof afwikkelde. Zo hoefde hij alleen maar de draad te volgen om weer bij de ingang terug te komen.
Bij Jr. 49:10 werd Esau afgewikkeld, zodat alleen zijn wezen (zijn Zijn) overbleef

Jr.49:10- 
(...) maar Ik schil Esau af en leg zijn schuilhoeken bloot, wil hij zich verbergen hij kan het niet, verdelgd wordt zijn zaad, en zijn nakomelingschap en van zijn naburen helpt niet één: Uw wezen zal Ik in leven houden.

Wat er met Esau gebeurde, deed denken aan het afschillen van een ui of appel. Wanneer alle schillen (stoffelijke bekleding) zijn verwijderd, blijft alleen de kern (het zaad) over en daarmee het wezen, de wezenlijke Identiteit.

Ga verder met paragraaf 07 »