Links: afbeelding 14a.
De twee slangen in de linker en rechter hand stellen de twee paden ida en pingala voor.
In de ene hand een kreeft; in de andere hand een schorpioen. Verder twee dieren die bij de staart en bij de kop worden vast gehouden (paren van tegenstelling, dualiteit).
Drie goden staan op kronkelende slangen, die de slang voorstellen als zij over de grond kronkelt, of de opgerolde slang in het stuitchakra.
Links: afbeelding14b
De cobra verschijnt op het voorhoofd van Seti I. Het oprichten wordt uitgebeeld door de obelisk op de borst.
Boven: afbeelding 14e
Levensboom uit het paradijs met opgerichte slang.
De staart wijst naar Adam. De kop naar Eva.
Rechts: afbeelding 14d
De opgerichte cobra verschijnt (met de gier) op het voorhoofd van Toetanchamon
Rechts: afbeelding 14c
Aion van Ostia met opgerichte slang.
In de handen twee sleutels
Rechtsonder de caduceüs.
Rechts: afbeelding 14f
a. esculaap
b. caduceüs
Links: afbeelding 14g
Een opgerichte slang langs het kruis stelt de opgestane Jezus voor.

AFBEELDING 14