HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Opb.04:08-           
Heilig, heilig, heilig is de Here God, de Almachtige, die was en die is en die komt.

De uitspraak die Is die was en die komt omsluit verleden en toekomst in een eeuwig Heden Zijn. Soortgelijke opmerkingen komen we bij de Egyptische god Osiris tegen die over zichzelf sprak als: Ik ben gisteren, vandaag en morgen. Osiris woonde dan ook in het Huis van de eeuwigheid of het Huis van de miljoenen jaren.

“Wie is dat? Het is Osiris die de boekrol bijhoudt van al wat is en al wat zal zijn, de eindeloze tijd en de eeuwigheid. De eindeloze tijd is de dag, de eeuwigheid is de nacht.”

Het Hebreeuwse olam, in het Oude Testament vertaald met eeuw, duidt op een onbegrensd verleden of toekomst, of beide. Bovendien betekent olam: verbergen. De eeuwigheid verbergt verleden en toekomst.
In het Nieuwe Testament  is gebruik gemaakt van twee Griekse woorden, die allebei vrij ongenuanceerd met eeuwigheid of eeuw zijn vertaald.

1.        
Op de eerste plaats komt het Griekse woord aion of aioonios voor, wat levensduur of eeuwigheid waarvan het einde verborgen blijft betekent. De Griekse god Aion, waarvan het woord aion wel afgeleid zal zijn, was een voortvloeisel van de god Mithras en stond bekend als een vereniger van tegendelen, waaronder verleden en toekomst.

2.
Meestal maakt men in het Nieuwe Testament gebruik van het woord aeon, dat ongeveer betekent: de wereld gelijk zij in tijd bestaat. Aeon kunnen we omschrijven als een periode van de wereldgeschiedenis. In de Schrift wordt eon echter vertaald met deze eeuw, deze wereld en huidige tijd. Tevens spreekt het Nieuwe Testament  over de toekomstige eon, als de nieuwe tijd, die aan zal breken. In de Nederlandse vertaling lezen we dan: de komende wereld, of de komende eeuw.

De betekenis van het woord eeuw als een periode van 100 jaar werd pas veel later geïntroduceerd.

Mt.12:32-                             
Spreekt iemand een woord tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar spreekt
iemand tegen de Heilige Geest, het zal hem niet vergeven worden, noch in deze eeuw, noch in de
toekomende.

Mc.10:29-                            
Jezus zeide: Voorwaar, Ik zeg u, er is niemand, die huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mij en om het evangelie, of hij ontvangt honderd-voudig terug; nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de toekomende eeuw het eeuwige leven.

Lc.20:34-                             
En Jezus zeide tot hen: De kinderen dezer eeuw huwen en worden ten huwelijk genomen, maar die
waardig gekeurd zijn deel te verkrijgen aan die eeuw en aan die opstanding uit de doden, huwen niet en worden niet ten huwelijk genomen. Want zij kunnen niet meer sterven (…).

Lc.20:34 is geen propaganda  voor een celibatair bestaan, maar duidt op een niet stoffelijk bestaan, waar de dood en het huwelijk niet bestaan. De tekst maakt verschil tussen deze eeuw (stoffelijk bestaan) en die eeuw (geestelijk bestaan).

Rm.12:02-                            
En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, (…).

2Cor.04:03-         
Indien dan nog ons het evangelie bedekt is, is het bedekt bij hen, die verloren gaan, ongelovigen, wier overleggingen de god dezer eeuw met blindheid heeft geslagen (…).


02. Hier en Nu Zijn

De Griekse filosoof Parmenides leefde van ca.540-475 v. Chr. en had zo zijn eigen opvattingen over het Zijn.

Het Zijn is één, want buiten het Zijn is er enkel niet-zijn. En het niet-zijn bestaat niet, want hoe zouden wij het kunnen denken? Als het Zijn één is, kan het geen begin hebben, want uit het niets kan het niet voortkomen. Daarom heeft het evenmin een einde. Het Zijn heeft dan noch verleden, noch toekomst, het is enkel in een eeuwig Nu. Het is ondeelbaar, want als het deelbaar was, dan zouden er meerdere zijnen zijn. Het is eveneens onveranderlijk, want verandering sluit een niet-zijn in. Het Zijn strekt zich naar alle kanten even ver uit; zijn grens is overal evenver van zijn middelpunten.”

De ideeën van Parmenides verschaffen ons inzicht in de gedachtewereld van de beschouwend mens rond 500 v. Chr., en die blijkt vrij goed overeen te komen met wat we in de Bijbel over het Zijn lezen.
Wanneer we de kosmos (het totaal Zijn) opvatten als een onbegrensde bol die zich naar alle kanten even ver uitstrekt, dan is elke plaats een middelpunt. Aldus kunnen we ons voorstellen dat ieder mens binnen deze bol een middelpunt is, waar hij zich ook bevindt.
Verder werd in de publicatie over dualiteit aangegeven dat tegenstellingen zich in een middelpunt (het juiste midden) verenigen tot één. Met andere woorden: zodra de mens zich niet meer identificeert met dualiteit, zal hij in zijn centrum of hart contact maken met JHWH, de ongedeeld aanwezig en tegenwoordig Zijnde.

Jo.02:27-              
Dan zult gij weten, dat Ik in het midden van Israël ben, en dat Ik, de HERE, uw God ben, en niemand anders; (...).

Jr.14:09-              
(...) Gij zijt toch in ons midden, HERE, uw naam is over ons uitgeroepen, laat ons niet aan ons lot over!


Ga verder met paragraaf 02 »