HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Volgens traditie sprak men generaties lang het hier ben Ik uit. Zo ook bij Isaäk en zijn zoon Esau.

Gn.27:01-             
Hij riep zijn oudste zoon Esau en zeide tot hem: Mijn zoon. En deze zeide tot hem: Hier ben ik.

Gn.27:18-             
Daarop kwam hij bij zijn vader en zeide: Mijn vader. En deze zeide: Hier ben ik; wie zijt gij mijn zoon? En Jakob zeide tot zijn vader: Ik ben Esau, uw eerstgeborene (…).

Jakob en Jozef waren eveneens gewend hun identiteit en aanwezigheid aan te kondigen met de formule hier ben ik.

Gn.31:11-             
En de Engel Gods zeide tot mij in een droom: Jakob, En ik zeide: Hier ben ik.

Gn.32:10-             
(...) want met mijn staf trok ik over de Jordaan hier en nu ben ik tot twee legers geworden.

Gn.37:13-             
Toen zeide Israël tot Jozef: Uw broeders weiden immers bij Sichem? kom, ik wil u tot hen zenden. En hij zeide tot hem: Hier ben ik.

Gn.46:02-             
En God sprak tot Israël in nachtgezichten, en Hij zeide: Jakob, Jakob. En hij zeide: Hier ben ik.

Vooral in het boek Jesaja komt duidelijk tot uitdrukking dat het hier Ben ik betrekking heeft op de Identiteit te Zijn.

Js.06:08-              
Daarop hoorde ik de stem des HEREN, die zeide: wie zal Ik zenden en wie zal voor Ons gaan? En ik zeide: Hier ben ik, zend mij.
_         
Js.52:06-              
Daarom zal mijn volk te dien dage mijn naam kennen, dat Ik het ben die spreek: Zie, hier ben Ik.

Js.58:09-              
Als gij dan roept zal de HERE antwoorden: als gij om hulp roept zal Hij zeggen: Hier ben Ik.

Js.65:01-              
Te raadplegen was Ik voor hen die naar Mij niet vroegen, te vinden voor hen die Mij niet zochten. Ik zeide tot een volk, dat mijn naam niet aanriep: Hier ben Ik, Hier ben Ik.

Bovendien wordt het hier Ben ik zeer nadrukkelijk gebezigd in het boek Samuël.

1Sm.03:03           
(...) Samuel had zich te ruste gelegd in de tem­pel des HEREN waar de ark Gods was. Toen riep de HERE Samuël en hij zeide: Hier ben ik. Toen snelde hij naar Eli en zeide: Hier ben ik,  gij hebt mij immers geroepen. Doch deze zeide: ik heb niet geroepen, leg u weer neer. En de HERE riep Samuël opnieuw. Toen stond Samuël op, ging naar Eli en zeide: Hier ben ik,  gij hebt mij immers geroepen. Doch deze zeide: Ik heb niet geroepen mijn zoon; leg u weer neer. Samuël nu kende de HERE nog niet, nog nooit was hem een woord des HEREN geopenbaard. En de HERE riep Samuël nog eens, voor de derde maal. Toen stond hij op, ging naar Eli en zeide: Hier ben ik, gij hebt mij immers geroepen. Toen begreep Eli, dat de HERE de jongen riep (…).

1Sm.03:16           
Doch Eli riep Samuël en zeide: Samuël mijn zoon. Deze zeide: Hier ben ik (…).

Tot slot een laatste fragment uit de tijd van het Nieuwe Testament.

Hbr.10:05-           
Toen zeide ik: zie, hier ben ik- in de boekrol staat van Mij geschreven- om uw wil o God, te doen.


04. Heden Zijn

Het heden Zijn speelt zich eveneens in de ziel af. De toekomst bestond niet, want zij moest nog komen en was slechts een verwachtingsbeeld. Het verleden bestond evenmin, want zij was voorbij en slechts een herinneringsbeeld. En zo bekeken leven wij altijd in een eeuwig Nu. Vanuit het standpunt van de ziel bekeken, bestaat tijd dus niet.Wij kunnen niet denken (bijvoorbeeld aan het verleden of aan de toekomst) als wij niet eerst Zijn; niet eerst heden aanwezig Zijn.

Het heden Zijn of kortweg heden komt meerdere malen in de Bijbel ter sprake, maar helaas op nogal onopvallende wijze. Bijvoorbeeld in Deuteronomium.

Dt.05:02-                              
De HERE, onze God, heeft met ons een verbond gesloten op Horeb. Niet met onze vaderen heeft de HERE dit verbond gesloten, maar met ons, zoals wij hier heden allen in leven zijn.

Dt.27:09-              
Zwijg, Israël, en luister. Heden zijt gij geworden tot het volk van de HERE, uw God. Daarom zult gij luisteren naar de stem van de HERE uw God en zijn geboden en inzettingen onderhouden, die ik u heden opleg.

Dt.29:10-              
Allen staat gij heden voor het aangezicht van de HERE, uw God (…).

Dt.29:13-              
(…) opdat Hij u heden als zijn volk bevestige en u tot een God zij, zoals Hij u toegezegd heeft.



Ga verder met paragraaf 04 »