HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Dt.29:15-              
(…) maar zo wel met ieder, die zich hier voor ons bevondt en heden staat voor het aangezicht van de HERE, onze God, als met ieder, die heden hier niet bij ons is.

Dt.30:11-              
Want dit gebod, dat ik u heden opleg is niet te moeilijk voor u en het is niet ver weg. Het is niet in de hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen, en het ons doen horen, opdat wij het volbrengen? En het is niet aan de overkant der zee, zodat gij zoudt moeten zeggen: Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen, opdat wij het volbrengen? Maar dit woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen. Zie, ik houdt u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwade; doordat ik u het u heden gebied de HERE uw God lief te hebben door in zijn wegen te wandelen en zijn geboden, inzettingen en verordeningen te onderhouden, opdat gij leeft en talrijk wordt en de HERE uw God u zegene in het land, dat gij in bezit gaat nemen. Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht.

Dt.31:07-              
Toen riep Mozes Jozua en zeide tot hem in tegenwoordigheid van geheel Israël: Wees sterk en moedig, want gij zult met dit volk komen in het land, waar­van de HERE hun vaderen gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou (…).

Het spreken in tegenwoordigheid van Israël heeft hier een diepere betekenis. Alleen de bewust tegen-woordig Zijnden hadden recht op het Heilige Land. Met het Beloofde Land is dus een staat van Zijn bedoeld en niet een aards territorium, dat moet worden ingenomen.

Ex.33:29-              
Mozes nu zeide: Weest heden de HERE gewijd -want ieder was tegen zijn zoon en zijn broeder- en wel om heden een zegen over u te brengen.

_             
Wie aan de HERE (tegenwoordig Zijn) gewijd was, was geestelijk tegenwoordig.

Nh.09:10-             
Gij hebt tekenen en wonderen gedaan aan Farao, aan al zijn dienaren en aan al het volk van zijn land, want Gij wist, dat zij zich misdadig tegen hen handelden en Gij hebt U een naam gemaakt zoals die heden is.  
      

De naam van JHWH, zoals die heden is, betreft tegenwoordig Zijn. Dat is bewust Zijn.

Ps.02:07-             
Ik wil gewagen van het besluit des HEREN;
Hij sprak tot mij: Mijn zoon zijt, gij:
Ik heb u heden verwekt.

_         
Psalm 2 wordt aan David toegeschreven.
Een zoon is van hetzelfde geslacht als de Vader (JHWH, de totaal bewust Zijnde) en draagt dezelfde eigen-schappen. Hij wordt in het heden (heden Zijn) verwekt.

Hbr.05:05-           
Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden, maar Hij, die tot Hem sprak: Mijn zoon zijt Gij, Ik heb u heden verwekt, zoals Hij ook op de andere plaats spreekt: Gij zijt priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek.

Ook in Jeremia (Jr.11:04) wordt verband gelegd tussen het Beloofde Land en haar bewoners, die heden Zijn.

Jr.01:18-              
En Ik, zie Ik stel u heden tot een versterkte stad, een ijzeren zuil (…).

Jr.11:04-              
Hoort naar mijn stem en doet naar alles wat ik u gebied, dan zult gij Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn, opdat Ik de eed bevestige die Ik aan uw vaderen gezworen heb, dat Ik hun een land, vloeiende van melk en honig zou geven, gelijk zij heden hebben. Toen antwoordde ik en zeide: Amen, HERE.

Jr.28:05-              
Toen richtte de profeet Jeremia het woord tot de profeet Hananja in tegenwoordigheid van de priesters en het gehele volk, die in het huis des HEREN stonden, en de profeet Jeremia zeide: Amen, zó doe de HERE!

Js.38:19-              
De levende, de levende hij looft u, zoals ik heden doe.

_         
Het Huis de HEREN heeft in feite betrekking op de grote familie van tegenwoordig Zijnden, die het Huis opbouwen. Het woord, door Jeremia gericht, luidde: Amen, het Is zó.

Ez. 24:01-             
Mensenkind, schrijf de datum op van deze dag, de dag van heden: heden heeft de koning van
Babel zich op Jeruzalem geworpen.

Lc.05:26-             
En ontzetting beving allen en zij verheerlijkten God en werden met vrees vervuld zeggende:
Wij hebben heden ongeloofelijke dingen gezien.

Hetgeen iemand in tegenwoordig Zijn  kan zien wordt kernachtig verwoordt door Marcus Aurelius:

Ieder die ziet wat nu is, heeft alles gezien wat ooit is geweest en wat ooit zal zijn, want alle dingen spruiten voort uit hetzelfde en weer­spiegelen hetzelfde.”

Ga verder met paragraaf 04 »