HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Lc.23:43-                             
En Hij zeide tot hem: Voorwaar Ik zeg u, heden zult gij met Mij in het paradijs zijn.

Bij Lc.23:43 doelt Jezus op de vereenzelviging met het Zijn of de ziel en niet langer met de persoonlijkheid.

Jh.05:25-                             
Voorwaar, voorwaar. Ik zeg u, de ure komt en is nu, dat de doden naar de stem van de Zoon
zullen horen, en die haar horen zullen leven.

De doden zijn de onbewust zijnden.

Hd.10:33-             
Wij zijn dan nu allen aanwezig voor het aangezicht Gods, om te horen al wat u door de Here opgedragen is.

2Cor.06:02-         
(…) want Hij zegt: ten tijde des welbehagens heb Ik u verhoord en ten dage des heils ben Ik u te hulp gekomen, zie, nu is het de tijd des welbehagens, zie nu is het de dag des heils.

Hbr.03:12-           
Ziet toe, broeders, dat bij niemand uwer een boos, ongelovig hart zij, door af te vallen van de levende God, maar vermaant elkaar dagelijks, zolang men nog van een heden kan spreken, opdat niemand zich verharde door de misleiding der zonde.

Zolang men nog van heden kan spreken: zolang men nog in het tegenwoordig Zijn kan verblijven.

Hbr.04:04-           
(…) want Hij heeft ergens van de zevende dag aldus gesproken: En God rustte op de zevende
dag van al zijn werken, en hier wederom: Nooit zullen zij tot mijn rust ingaan. Aangezien nog
te wachten is, dat sommigen tot die rust zullen ingaan, en zij, die het evangelie ontvangen
hebben, niet ingegaan zijn wegens hun ongehoorzaamheid, stelt Hij wederom een dag vast,
heden als Hij door David na zo lange tijd spreekt, zoals boven gezegd werd: Heden, indien
gij zijn stem hoort, verhard uw harten niet.

Uit bovenstaande tekst valt op te maken, dat men op ieder moment tot Zijnsbesef kan komen (in het heden Zijn), maar dit moment niet voor iedereen gelijktijdig komt.

Jud.25-
(…) Jezus Christus, onze Here, heerlijkheid, majesteit, kracht en macht vóór alle eeuwigheid, èn nu èn in alle eeuwigheden! Amen.

05. Het ondeelbare ogenblik


Het Nu is een ondeelbaar ogenblik, want het kan niet gesplits worden in verleden en toekomst.
Het ondeelbare ogenblik is een moeilijk te vatten, ongrijpbaar niets, want zodra de aandacht het tracht te vatten, blijkt het al weer tot het verleden te behoren.Onderstaande fragmenten verwijzen naar het Nu of tegenwoordig Zijn.

1Cor.15:51-         
Zie, Ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar alle zullen wij veranderd
worden in een ondeelbaar ogenblik.

De ervaring te Zijn komt plotseling en verandert ons in één ogenblik, waarna wij niet meer dezelfde zijn als die wij voorheen waren, namelijk geïdentificeerd met de persoonlijkheid.

Mt.19:24-             
Wederom zeg ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van de naald, dan dat een rijke het koninkrijk Gods binnengaat.

_         
Met koninkrijk Gods wordt het Heden Zijn bedoeld. Het is makkelijker door het oog van een naald te kruipen, dan het ondeelbare ogenblik te vatten.

Lc.12:12-             
Want de Heilige Geest zal u op het eigen ogenblik leren, wat gij zeggen moet.

Hg.02:07-             
Een ogenblik nog, een korte wijle, dan zal Ik de hemel en de aarde de zee en het droge doen
beven. Ja, Ik zal alle volken doen beven en de kostbaarheden van alle volken zullen komen, en Ik zal dit huis met heerlijkheid vervullen, zegt de HERE der heerscharen.

06. Het verleden

Tussen een bejaarde grijsaard en een jongeling bestaat een hemelsbreed verschil. De eerste leeft in het verleden, want voor hem is er geen toekomst meer. De jeugd heeft daarentegen alle reden om vooruit te kijken en zich op de toekomst te richten. Bovenstaande opvatting is maar een vergelijking en bedoeld om de twee richtingen aan te geven, waarop onze aandacht kan zijn gefocussed.
Marcus Aurelius (161-180 na Chr.):

Achter ons strekt zich de oneindigheid van het verleden uit. Voor ons ligt de afgrond van de toekomst, waarin alles verdwijnt. Hoe dwaas is het niet om zich in dergelijke omstandigheden dik te maken, zich op te winden en moord en brand te schreeuwen, alsof ge eeuwigdurende en diepgaande moeilijkheden ondervindt.


Ga verder met paragraaf 06 »