HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

HOOFDSTUK I: Identiteit van de HERE


01. De naam HERE

In de Oude Wereld was het gebruikelijk om een pasgeborene een naam te geven, die het meest eigene van de drager (te weten: zijn wezen of identiteit) uitdroeg, en de toekomstige taak en levenswandel van de boreling moest verklaren. Zo lezen wij in een tekst uit 1910:

1Sm.25:25-          
Mijn heere store zich toch niet aan deze belialsman aan Nabal, want gelijk zijn naam is, alzoo is hij:
zijn naam is Nabal en dwaasheid is bij hem.

De Bijbel maakt ook melding van personen, wiens geboortenaam op latere leeftijd werd vervangen door een andere, hetgeen een teken is dat de identiteit zich kon ontwikkelen. Abraham en Saraï zijn hier voorbeelden van.

Gn.17:05-             
(…) en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham (…).

Gn.17:15-             
Wat uw vrouw Saraï betreft, gij zult haar niet Saraï noemen, maar Sara zal haar naam zijn.

Gn.32:27-             
Daarop zeide hij tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide Jakob. Toen zeide hij: Uw naam zal niet
meer Jakob luiden, maar Israël, want gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht

Terugkomende op de identiteit van JHWH; Zijn Naam houdt verband met het Hebreeuwse werkwoord haja, dat kortweg Zijn, de Zijnde of alom tegenwoordig Zijn betekent. De openbaring van Zijn Wezen geschiedt door middel van  Zijn Naam en is Hijzelf.
Aanvankelijk werd  het archaïsch Hebreeuws alleen met medeklinkers geschreven. Pas later werd er
gebruik gemaakt van klinkers, die tussen de medeklinkers werden geschoven, met als risico dat de
verkeerde klinkers tussen de medeklinkers kwamen te staan, en er een andere naam verscheen.
Zo ontstond de naam JeHoVa naast die van JaHWe, omdat men de klinkers van aDoNai tussen die
van JHVH had geplaatst. De exacte uitspraak van JHWH is nog steeds een punt van discussie.
Omdat de naam JHWH niet mocht worden uitgesproken, bleef men haar met medeklinkers schrijven, en werd zij weer later uit praktische overweging vervangen door HERE met hoofdletters. Kortom, alle bijbel-teksten waarin de titel HERE voorkomt, verwijzen dus naar het Zijn.Het volgende fragment is slechts één voorbeeld.

Mi.04:05-
Want alle volkeren wandelen elk in de naam van zijn god, maar wij zullen wandelen in de naam van de HERE, onze God, voor altoos en immer. 

Misverstanden over de Identiteit van de HERE ontstaan, omdat het Zijn een puur geestelijke dimensie is, een vormloze bewustzijnstoestand waarvan men zich dus geen enkel beeld kan vormen. Vandaar dat men de Naam JHWH ook niet mocht uitspreken. Am.06:10 lijkt hier nog aan te referen: wanneer de Naam wordt uitgesproken verandert het Zijn in niet-zijn.

Am.06:10-    
(…) is daar nog iemand bij u? en als deze zegt: Niemand, dan zal hij zeggen Stil! Want het is niet om
er de naam des HEREN bij te roepen.

Het niet uitspreken van de naam JHWH was het gevolg van de letterlijke opvatting van het derde gebod van de decaloog:

Dt.05:11-              
Gij zult de naam van de HERE, uw God niet ijdel gebruiken, want de HERE zal niet onschuldig
houden wie zijn naam ijdel gebruikt.

Ex.20:07-              
Gij zult de naam van de HERE, uw God niet ijdel gebruiken.

Het lasteren van Gods komt in feite neer op de ontkenning van het Zijn.
Martin Buber (1878-1965) zei hierover:

Draag niet Zijn , de naam van uw God als een waan uit, want Hij laat niet straffeloos, hem
die zijn naam als een waan uitdraagt.”

Ez.36:20-              
En bij alle volken waar zij kwamen ontheiligden zij mijn naam (…).

Aangezien het Zijn transcendent én immanent is, is het onmogelijk om de wezenlijke Essentie ervan op welke wijze dan ook, uit te drukken. zodat de uitleg ervan hooguit benaderd kan worden middels metaforen en vergelijkend taalgebruik.

Ex.20:03-
Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben. Gij zult geen gesneden beelden maken, noch enig gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.

Veel bekende namen verwijzen middels Jah naar Jahwe, en ook in de uitroep hallelujah  klinkt Zijn Naam door. Het woord kan dus vertaald worden met loof Jahwe, hetgeen neer komt op: prijs (het) Zijn. Hallelujah komt zo'n 24 keer voor in de psalmen. Hieronder volgt een kleine bloemlezing.

Ps.104:33-           
Ik zal mijn God psalmzingen zolang ik ben
moge mijn overdenkingen Hem behagen
Ik zal mij in de HERE verheugen (…).

Ga verder met hoofdstuk I, paragraaf 01 »