HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Ps.146:01-
Hallelujah loof de HERE, mijn ziel
Ik zal de HERE loven, mijn leven lang
mijn God psalmzingen zolang ik nog ben.

Ps.104:35-           
Loof de HERE, mijn ziel. Hallelujah.

De dichter verheugt zich in de HERE (het Zijn) zolang hij Is.

Ps.106:48-           
Geloofd zij de HERE, de God Israëls,
van eeuwigheid tot eeuwigheid
en al het volk zegge: Amen, Hallelujah.

Kortom, bij deze publicatie over het Zijn moet de lezer zich blijven realiseren, dat we een poging doen het Zijn te omschrijven en in woorden te vatten, terwijl dit in principe onmogelijk is.

02. Ik Ben die Ik Ben

De betekenis van de naam JHWH wordt aan Mozes nader uitgelegd in het boek Exodus:

Ex.03:13-              
Daarop zeide Mozes tot God: Maar wanneer ik tot de Israëlieten kom en hun zeg: De God uwer
vaderen heeft mij tot u gezonden, en zij vragen mij: hoe is zijn naam -wat moet ik hun dan
antwoorden? Toen zeide God tot Mozes: Ik ben, die Ik ben. En Hij zeide : Aldus zult gij tot de
Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden. Voorts zeide God tot Mozes: Aldus zult gij tot de Israëlieten zeggen: De HERE, de God uwer vaderen, de God van Abraham, de  God van Isaäk en de God van Jakob, heeft mij tot u gezonden; dit is mijn naam voor eeuwig en zo wil Ik aangeroepen worden van geslacht tot geslacht.

Het wezen van JHWH is het Zijn, het aan Zichzelf gelijk zijn, en komt tot uitdrukking in Zijn verhouding tot de Zijnen. De woorden Ik ben, die Ik ben worden ook wel vertaald als: Ik zal zijn, die Ik zal zijn, hoewel daaruit eerder toekomstverwachting spreekt in plaats van Tegenwoordigheid.

Wanneer JHWH Zijn Identiteit aan Mozes bekend maakt, spreekt Hij (noodgedwongen) over Zichzelf in de eerste persoon enkelvoud: Ik Ben, die Ik Ben, want wij zeggen nu eenmaal niet Ik Zijn, die Ik Zijn. Direct na deze opmerking volgt dan: Ik Ben  heeft mij tot u gezonden. Naar derden toe zegt Mozes dus niet: Hij Is,  heeft mij tot u gezonden. Aangezien Mozes de naam van JHWH blijft uitspreken in de ikvorm, verwijst hij daarmee zowel naar de naam van JHWH, als naar zijn eigen identiteit. We kunnen hieruit opmaken, dat er een zekere verwantschap bestaat tussen JHWH en Mozes. JHWH is de "onbegrensde oceaan van Zijn". Mozes is als Zijnde een druppel ervan.

Anders geformuleerd: bovenstaande beantwoordt aan de regel macrokosmos is microkosmos.
De macrokosmos is het totale onbegrensde vat van collectief bewust-Zijn, en de mens is daar als microkosmos slechts een Zijnsdruppeltje van.


03. Ik Ben de HERE

Het Ik Ben, die Ik Ben is waarschijnlijk de meest bekende uitspraak, die refereert aan het Zijn, maar zij is lang niet de enige.

Lv.18:04-              
Mijn verordeningen zult gij volbrengen en mijn inzettingen in acht nemen en daardoor wandelen: Ik
ben de HERE, uw God. Ja, gij zult mijn inzettingen en mijn verordeningen in acht nemen, de mens die ze doet zal daardoor leven: Ik ben de HERE.

De opmerking Ik Ben de HERE  komen we regelmatig tegen in de Heilige Schrift. Vertaald als Ik Ben de Zijnde  verschillen de woorden inhoudelijk nauwelijks met Exodus 03:13 Ik Ben, die Ik Ben.

Ex.07:17-              
Zo zegt de HERE: hieraan zult gij weten, dat Ik de HERE ben (…).

Ex.08:22-              
(…) opdat gij weet, dat Ik de HERE in het land ben.

De passages waarin de woorden Ik Ben  de HERE of Ik Ben het voorkomen, zijn zo talrijk dat het ondoenlijk is ze allemaal op te noemen. Lees bijvoorbeeld Leviticus 19 t/m 22, waar de uitspraak zo'n 23 keer voorkomt.

Gn.17:01-             
Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige (…).
_         
Dt.18:15-              
Een profeet uit uw midden, uit uw broederen, zoals Ik ben zal de HERE uw God u verwekken, naar
hen zult gij luisteren.

Ps.50:07-             
Hoor nu, mijn volk, en Ik wil spreken, Israël en Ik wil tegen u getuigen: God uw God ben Ik.

Jr.17:19-              
Ben Ik het, die zij krenken? luidt het woord des HEREN. Doen zij het zichzelf niet, tot beschaming van hun aangezicht?

Gelijk Mozes als Zijnde een druppel uit de oceaan is, geldt dit in principe voor ieder mens. Echter, door de HERE af te wijzen, wijst men zichzelf (dat wil zeggen: de eigen identiteit) af.

Ga naar hoofdstuk I, paragraaf 04 »