HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel


04. De Ik Ben-woorden

In deze paragraaf worden vier citaten vermeld uit het Evangelie naar Johannes. Deze teksten handelen alle vier rond het Ik Ben en kunnen we scharen onder de zogeheten Ik BEN-woorden, omdat de Naam van God  (JHWH, Zijn) hierin doorklinkt.

Jh.04:26-             
De vrouw zeide tot Hem: Ik weet, dat de Messias komt, die Christus genoemd wordt; wanneer die
komt, zal Hij ons alles verkondigen. Jezus zeide tot haar: Ik, die met u spreek, ben het.

Jh.08:18-             
(...) Ik ben het, die van Mijzelf getuig, en ook de Vader, die Mij gezonden heeft, getuigt van Mij.

Zowel de Vader, als Christus getuigen van hun Identiteit Ik Ben en dit Zelf te Zijn. De wezenlijke identiteit (van iemand) wordt ook wel het Zelf genoemd. Dit in tegenstelling tot het lager ego. Zie hiervoor de publicatie: "Ken Uzelve".

Jh.13:19-             
Thans reeds zeg Ik het u, eer het geschiedt, opdat gij wanneer het geschiedt, gelooft dat Ik het ben. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie ontvangt, die Ik zend, ontvangt Mij, en wie ontvangt, ontvangt
Hem die Mij gezonden heeft.

De ervaring Ik Ben is de Werkelijkheid (het ware wezen), wat hier nog eens extra tot uiting komt door de woorden voorwaar, voorwaar. Het ontvangen van Christus houdt in, dat het Zijn geopenbaard wordt in de mens. Door de komst van Christus wordt men zich bewust van de eigen identeit.

Jh.18:05-             
Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazireeër. Hij zeide tot hen: Ik ben het. En ook Judas zijn verrader stond bij hen. Toen Hij dan tot hen zeide: Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde. Wederom dan stelde Hij hun de vraag: Wie zoekt gij? En zij zeiden Jezus de Nazireeër. Jezus antwoordde: Ik zeide u, dat Ik het ben.

Het evangelie naar Johannes onderscheidt zich boven de andere drie evangeliën als het echte Hoofdevangelie, omdat het laat zien waarom Hij ons is geopenbaard, hetgeen blijkt uit de vele Ik Ben-woorden, die hierin voorkomen. Christus openbaarde Zijn eigen Identiteit te Zijn aan de mensen, opdat zij zich eveneens bewust zouden worden te Zijn.
Naast bovenstaande vier citaten is er in het Evangelie naar Johannes veel meer te vinden, dat betrekking heeft op het thema Zijn.

Jh.01:21-             
En zij vroegen hem: Wat dan? Zijt gij Elia? En hij zeide Ik ben het niet.

Men vroeg Johannes naar zijn naam (zijn identiteit) en Johannes getuigt dan van Zichzelf. Op de vraag: Wie zijt gij?, antwoordt Johannes dus terecht, dat hij niet de fysieke belichaming  is van Elia. De Identiteit te Zijn heeft immers op geen enkele uiterlijke vorm betrekking. Het antwoord Ik Ben het niet, is bijgevolg een correcte reactie.

Jh.05:43-             
Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan: indien een ander komt in zijn
eigen naam, die zult gij aannemen.

Jh.07:27-             
(…) van deze echter weten wij, van waar Hij is, doch wanneer de Christus komt weet niemand
vanwaar Hij is. Jezus dan riep, terwijl Hij in de tempel leerde en sprak: Mij kent gij en gij weet,
vanwaar Ik ben; en Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar er is een Waarachtige, die Mij gezonden heeft en die gij niet kent. Ik ken Hem, want Ik kom van Hem en Hij heeft Mij gezonden.

Christus komt vanwaar Hij Is. Eigenlijk komt Hij niet uit zichzelf voort, maar uit JHWH,  de Waarachtige. Het lagere is opgenomen in het hogere; het mindere in het meerdere.De druppel komt voort uit de oceaan.

Jh.07:34-             
Gij zult Mij zoeken en niet vinden en waar Ik ben kunt gij niet komen.

Wie zich kan identificeren met de goddelijke vonk in zichzelf, verstaat de woorden Gods. Wie zich hier niet mee vereenzelvigt, kan de identiteit van Christus niet vatten en niet vinden. Het volk begrijpt de Identiteit van Christus dus niet, en blijft zonder resultaat in de buitenwereld zoeken.

Jh.07:36-             
Wat is dit voor een woord, dat Hij gesproken heeft: Gij zult Mij zoeken maar niet vinden en: Waar Ik ben kunt gij niet komen?

Jh.08:47-             
Wie uit God is hoort de woorden Gods; daarom hoort gij niet, omdat gij niet uit God zijt.

_         
Wie uit God Is, is een bewust onderdeel van het totaal Zijn.

Jh.08:58-             
Voorwaar, voorwaar, eer Abraham was, ben Ik.

Christus Is aanwezig en tegenwoordig, zelfs vóór de tijd van Abraham. In tegenwoordig Zijn spelen verleden en toekomst geen enkele rol, want tegenwoordig Zijn is een eeuwig nu Zijn, en in dit Nu is tijd
getranscendeerd. Het Ik ben is dus een soort formule, waarbij JHWH de Zijnde Zichzelf aan de mens openbaart in Zijn eeuwige Presentie.

Jh.12:26-             
Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.

Ga verder met hoofdstuk I, paragraaf 04 »