HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Men dient Christus door simpelweg te Zijn en zichzelf te Zijn. Door Zelf te Zijn wordt Christus, die eveneens Is, gevonden en begrepen. Met Zijn wordt beslist niet de persoonlijkheid (het lager ego) van iemand bedoeld, maar zijn goddelijke aspect.

Jh.14:02-             
(…) want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben.

Jh.17:24-             
Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt -Ik wil dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn.

Te Zijn is, wat Jezus iedereen toewenst.

Aangezien de formule Ik Ben  zó regelmatig voorkomt in het Evangelie naar Johannes, is het onmogelijk om alle voorbeelden te vermelden. De lezer doet er het beste aan om met bovenstaande informatie in het achterhoofd het Evangelie naar Johannes er zelf nog eens op na te slaan en hier dan speciaal op te letten.

De oorsprong van de Ik ben-woorden gaat ver terug in de sacrale taal van het oude Egypte. Goden en vooraanstaande personen introduceerden zichzelf met een plechtig Ik ben-woord, waarna zij uitgebreid hun namen en betekenis bekend maakten.

"Ik word ervaren als Cheper.
Ik ben de gekroonde.
Ik ben die woont in het oog en in het ei.
Ik ben die woont in het oog, ook als het dicht gaat
Ik ben dat waardoor het gedragen wordt. Ik verschijn en rijs op: ik treed binnen en ben levend. 
Ik ben die woont in het oog; ik zit op mijn troon, daarop gezeten ben ik zichtbaar. "

05. Alom aanwezig Zijn

Ofschoon zowel de joden als de eerste christenen de nodige kritiek hadden op de Grieken, heeft de Griekse cultuur duidelijk haar sporen in de Bijbel achtergelaten. Zowel de trant van schrijven als de klankkleur van de Griekse literatuur zijn meer dan eens in de Geschriften overgenomen, en bepaalde visies van Griekse filosofen lopen in grote lijnen parallel met die van de Bijbel. In het bijzonder komen we treffende overeenkomsten tegen, waar het gaat om het onderwerp Zijn. Om een voorbeeld te geven richten we ons tot de Griekse filosoof Parmenides, die 540-475 voor Chr. leefde:

Het Zijn is één, want buiten het Zijn, is er enkel niet-zijn. En het niet-zijn bestaat niet, want hoe zouden wij het kunnen denken”

Wanneer we het werkwoord Zijn vervangen door HERE blijkt er weinig of geen verschil te zijn met het gedachtegoed in de Bijbel.

De HERE (de Zijnde) is één, want buiten de HERE, is er enkel niet-ZIJN

De theorie van Parmenides verklaart vele bijbelse opmerkingen. Ondermeer de volgende twee:

1Sm.02:02-          
Er is niemand heilig gelijk de HERE, want niemand is er buiten u.
_         
Js.44:08-              
Gij zijt mijn getuigen: is er een God buiten Mij?

Alles en iedereen Is, en is opgenomen binnen het totale kosmische vat van bewust Zijn dat wij HERE noemen.

Jh.15:05-             
Wie in Mij blijft, gelijk Ik in hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen. Wie
in Mij niet blijft, is buitengeworpen als de rank en is verdord (…).

Ook Christus is als Bewust Zijn gelijk het beeld van Zijn Vader. Zonder te Zijn kan de mens niets doen. Wie zich niet bewust is te Zijn, wordt buitengeworpen als een niet-zijnde (een onbewust zijnde).

Jr.23:23-              
Ben Ik een God van nabij luidt het woord des HEREN, en niet een God van verre? Zou iemand zich in schuilhoeken kunnen verschuilen, dat Ik hem niet zou zien? luidt het woord des HEREN. Vervul Ik niet de hemel en de aarde?

Ps.139:07-           
Waarheen zou ik gaan voor uw Geest, waarheen vlieden voor uw aangezicht. Steeg ik ten hemel,  Gij zijt daar, of maakte ik het dodenrijk tot mijn sponde -Gij zijt er. Nam ik vleugelen van de dageraad ging ik wonen aan het uiterste van de zee ook daar zou uw hand mij geleiden.

De tegenstellingen nabij en ver, hemel en aarde zijn hier gebruikt om het totaal Zijn aan te geven. De HERE is overal aanwezig en tegenwoordig.


06. Onveranderlijk Zijn

Soms zijn er van die momenten, waarop het weer eens extra tot ons doordringt, hoezeer alles in het leven veranderlijk is en er niets vast staat. Alles in de gemanifesteerde wereld is aan verandering onderhevig. Misschien moeilijk voor te stellen, maar het Zijn is daarentegen een absoluut, onbewegelijk en onveranderlijk Zijn. Reeds zo'n 500 voor Chr. concentreerden Griekse filosofen (met name de Eleatische school) zich al uitvoerig op deze absoluutheid van het Zijn. De Griekse Melissus, een der laatste wijsgeren van de Eleatische school en volgeling van Parmenides, drukte zijn mening hierover als volgt uit:

Alles was er altijd al en niets is geworden. Altijd was er wat er was, en altijd zal het er zijn.”

Ga verder met hoofdstuk I, paragraaf 06 »