HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid

 

Van alles wat bestaat , dat wil zeggen: van alles wat Is en Aanwezig Is, kan worden vastgesteld, dat het Is.

 “Kijk naar de innerlijke kwaliteit van alle dingen. Laat de werkelijke aard van geen enkel ding u ontgaan

Bovenstaande wijze raad klinkt uit de mond van Marcus Aurelius. Omdat Zijn naar het Wezen (de ware Indentiteit) verwijst, en het Wezenlijke betrekking heeft op de Werkelijkheid, kunnen we JHWH de Zijnde opvatten als de Realiteit.

Jr.18:15-      
(…) nochtans heeft mijn volk Mij vergeten, voor wat onwezenlijk is.

Gl.04:08-      
Maar in de tijd, dat gij God niet kendet, hebt gij goden gediend, die het in wezen niet zijn.

Hbr.09:24-   
Want Christus is niet binnengegaan in een hei­ligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het
ware, maar in de hemel zelf.

Col.02:16-    
Laat niemand u blijven oordelen inzake eten en drinken, of op het stuk van de feestdag, nieuwe maan of sabbat, dingen die slechts een schaduw zijn van hetgeen komen moest; terwijl de werkelijkheid Christus is.

Hbr.01:03-   
Deze, de afstraling van zijner heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen, die alle dingen
draagt door het woord van zijn kracht (…).

Christus vertegenwoordigt de werkelijkheid te Zijn, de Realiteit, die niet onder woorden is te brengen, en waarvan wij geen enkele afbeelding kunnen maken, terwijl de schijnwereld slechts de schaduwzijde van het bestaan is, of een afdruk.

De Werkelijkheid is het Wezenlijke ofwel de Essentie (het Griekse woord esse betekent zijn).
Iemands identiteit duidt daarmee op de eenheid van wezen. Gelijk de Zijnde de substantivering is van Zijn, is een wezen de substantivering van Wezen. Ter vergelijking: zodra water zich afscheidt van de oceaan en op land terecht komt, vindt er een zekere begrenzing plaats, en ontstaat er een druppel (een afgebakende eenheid). Op dit moment kunnen we spreken van bepaaldheid en substantivering. Volgens deze vergelijking kunnen we de Ziel of het hoger Zelf die als Zijnde in een lichaam op aarde leeft een op zichzelf staand Wezen noemen.

Jr.28:08-      
De profeten, die voor mij en voor u van ouds geweest zijn, die hebben over machtige landen en grote koninkrijken geprofeteerd van oorlog rampspoed en pest: de profeet die van vrede profeteert -als het woord van die profeet komt, zal van die profeet erkend worden, dat de HERE hem in werkelijkheid gezonden heeft.

Jr. 49:10-     
(…) maar Ik schil Ezau af en leg zijn schuilhoeken bloot, wil hij zich verbergen hij kan het niet, verdelgt wordt zijn zaad en zijn nakomelingschap en van zijn naburen helpt niet één: Uw wezen zal Ik in leven houden.

Rond een individueel Wezen of Zijn wordt laag voor laag een mens geformeerd; van binnen naar buiten. Schilt men deze vormen weer af, zoals we een appel schillen, dan komen we uit bij de oorspronkelijke kern:  het Zijn.

08. Amen

Een specifieke kwaliteit van het Zijn is de absolute bevestiging, Onveranderlijk Zijn en Werkelijkheid worden hier samengevat in één uitdrukking: namelijk  in Amen: het Zij zo, of het Is zo. Dat wil dus zeggen, op deze manier, op de manier van het Zijn. Zo Is het en niet anders.
De oorspronkelijke betekenis van Amen komt het best tot uitdrukking in de volgende drie citaten.

1Cor.14:16-
Want anders, indien gij een zegen uitspreekt met uw geest, hoe zal iemand, die als toehoorder
aanwezig is, op uw dankzegging zijn amen spreken?

_   
De bedoeling van een zegen was het schenken van levenskracht. Tijdens een zegen voelt de gezegende mens het Leven of Zijn door zich heenstromen. De toehoorder praat niet, maar luistert (Is in Stilte) en Is aanwezig, en in deze toestand werd de Essentie ontvangen en bevestigd met Amen.

Opb.03:14-   
Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige getuige, het begin der schepping Gods.

Het Zijn staat aan de basis van de schepping. De getuige uit Opb. 03:14 levert in feite hetzelfde resultaat op als bij de toehoorder uit 1Cor.14:16. Beide begrippen verwijzen naar een innerlijk waarnemingsvermogen. Door Bewust te Zijn ontstaat er een toestand, die te vergelijken is met een innerlijk aanschouwen, of gewaar Zijn.

2Cor.01:20-
Bij de trouw van God: ons spreken tot u is niet: ja en nee. Immers de Zoon van God, Christus Jezus, die in uw midden verkondigd, is door ons, door mij, door Silvanus en door Timotheus, was niet: ja en nee, maar in Hem was het: Ja. Want hoevele beloftes Gods er ook zijn, in Hem is het Ja, daarom is ook door Hem het: Amen, tot eer van God door ons.

Ga verder met hoofdstuk I, paragraaf 08 »