HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Rm.11:36-    
Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid!
Amen.

Uit het Amen  klinkt bovendien de wil van JHWH door, zoals weer blijkt uit de volgende tekst.

Jr.11:04-      
Hoort naar mijn stem en doet naar alles wat Ik u gebied, dan zult gij Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn, opdat Ik de eed bevestige, die Ik aan uw vaderen gezworen heb, dat Ik hun een land, vloeiende van melk en honig zou geven, gelijk zij heden hebben. Toen antwoordde ik en zeide: Amen, HERE.

1Tm.01:17-
De koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de Enige God zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheden. Amen.


09. Zichzelf genoeg Zijn

Al wat op eigen kracht beweegt, wordt als goddelijker beschouwd, dan dat wat door een andere kracht in gang wordt gezet. Zichzelf genoeg Zijn betekent, dat de Zijnde geheel zelfstandig kan functioneren en op zichzelf kan teruggrijpen, en het is deze Zelfstandigheid die men in plaats van de slavernij wilde stellen. Zelfstandigheid duidt erop, dat de Identiteit Zelf te Zijn op Zichzelf staat, zich in Zichzelf kan handhaven en niet bevredigd hoeft te worden door impulsen van buitenaf (bijvoorbeeld begeerte). De mens kan dan rechtstreeks en onbeperkt putten uit de Zijnsbron, die hijzelf is. In deze Bron vindt men alles wat nodig is: het Leven Zelf, de Creativiteit, en de Vitaliteit. Binnen dit bewust Zijn is de Identiteit (ook wel het Zelf of de Ziel genoemd) van niets en niemand afhankelijk. Dezelfde eigenschappen vinden we terug bij de HERE en Zijn Zoon.

Hd.17:24-     
De God, die de wereld gemaakt heeft, en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt en laat zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had.

Js.44:24-      
Ik ben de HERE, die alles gemaakt heb, die de hemel heb uitgespannen. Ik alleen, die de aarde
uitgebreid heb door eigen kracht; die de tekenen der leugenprofeten teniet doet en de waarzeggers als dwazen aan de kaak stel; die de wijzen doe terug wijken en hun kennis tot dwaasheid maak (...).

Jh.05:26-     
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in
Zichzelf.

Jb.09:08-      
Hij spant geheel alleen de hemel uit.

Jh.15:01-     
Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de landman. Elke rank aan Mij, die geen vrucht draagt,
neemt Hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit Hij, opdat zij meer vrucht drage. Gij nu zijt rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb; blijft in Mij, gelijk Ik in u. Evenals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf, als zij niet aan de wijnstok blijft, zo ook gij niet, indien gij in Mij niet blijft. Ik ben de wijnstok, gij zijt de ranken. Wie in Mij blijft, gelijk Ik in Hem, die draagt veel vrucht, want zonder Mij kunt gij niets doen (…). Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden.

De enige afhankelijkheid die voor de mens geldt, is zich bewust verbonden te weten met JHWH (totaal Zijn) door zich te identificeren met zijn goddelijke aspect (de ziel, het Christusbewustzijn, etc.).

10. Eén, ongedeeld Zijn


Dat de HERE Eén is, houdt niet alleen in dat Hij een monotheïstische God is, die geen andere goden naast Zich duldt, want één (Hebreeuws: echad) verwijst naar de ondeelbaarheid van het Zijn en naar eenheids-bewustzijn.

Dt.06:04-              
De HERE is onze God, de HERE is één.

Gl.03:20-              
Een middelaar is niet de vertegenwoordiger van één; God echter is één

Ml.02:10-             
Hebben wij niet allen één Vader. heeft niet één God ons geschapen?

Ef.02:14-              
Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur die scheiding maakte, de
vijandschap heeft weggebroken.

I Cor.08:04-         
(…) wij weten dat er geen afgod in de wereld bestaat en dat er geen God is dan Eén.

Jb.09:22-              
Het is alles enerlei, daarom zeg ik
De schuldige en de onschuldige verderft Hij.

Het één Zijn is tegengesteld aan de dualistisch ingestelde vormenwereld. In het één Zijn lossen de paren van tegenstelling zich op.

Ga verder met hoofdstuk I, paragraaf 10 »