HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Gl.03:28-              
Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, slaaf of vrije, van mannelijk of vrouwelijk, maar gij allen zijt immers één in Christus.

Rm.03:29-                            
Of is God alleen de God der Joden? Niet ook der heidenen? Zeker ook der heidenen. Indien er namelijk één God is, die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof, en de onbesnedenen door het geloof.

Op alle niveaus van het leven geldt de wet van één Zijn.

Jr.32:38-              
zij zullen mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn: Ik zal hun één hart en één weg geven.

JH.08:50-             
Maar ik zoek niet mijn eer; Eén is er die haar zoekt en die oordeelt.

Jh.07:21-             
Jezus antwoordde en zeide tot hen: Eén werk heb ik verricht en gij verwondert u allen.

Jh.17:11-             
Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt dat zij één zijn, zoals Wij.

Jh.17:20-             
En ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij
allen een zijn gelijk Gij vader in Mij en Ik in U.

I Jh.05:07-           
Want drie zijn er die getuigen in de hemel: De Vader, het Woord en de Heilige Geest en deze drie zijn één.

Ook de werkwoorden bijeenbrengen en verenigen staan in de context van het verzamelen naar het  ondeelbare één Zijn.

Mt.12:30-             
Wie met mij niet bijeenbrengt, die verstrooit.

Al in de 5e eeuw voor Chr., steunde Zenon, een leerling van Parmenides, diens gedachte, dat het Zijn ondeeldbaar was.

I Cor.15:51-         
Zie, Ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen veranderd
worden in een ondeelbaar ogenblik.

Gn.11:01-             
De gehele aarde nu was één van taal en één van spraak (…).

Gn.11:04-             
(…) en laten wij ons een naam maken, opdat wij niet over de aarde verstrooid worden.

Gn.11:06-             
Zie het is één volk en zij hebben allen één taal. Dit is het begin van hun streven; nu zal niets van wat zij denken te doen voor hen onuitvoerbaar zijn.

1Cor.01:12-         
Ik bedoel dit, dat ieder uwer zijn leus heeft, Ik ben van Paulus. En ik van Apóllo. En ik van Céfas. En ik van Christus. Is Christus gedeeld?

Mt.12:25-             
Ieder koninkrijk, dat tegen zichzelf verdeeld is, gaat ten onder, en geen stad of huis, tegen zichzelf
verdeeld, zal standhouden.

Zie voor het onderwerp dualiteit de betreffende publicatie.

Ga naar hoofdstuk II »