HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

HOOFDSTUK III: De woning


01. Thuis Zijn

Wanneer in het Oude Testament staat dat Jahwe zich een plaats verkiest om daar Zijn naam te doen wonen, wordt het Hebreeuwse werkwoord sjachan gebruikt, waaruit blijkt dat sjechina (te vertalen als woning, of het wonen) de Naam Jahwe vervangt, omdat deze niet mocht worden uitgesproken. Men bedoelde Hem te noemen, en duidde Hem aan door Zijn woning, of wonen. In het algemeen klinkt in sjechina dus de aanwezigheid van de Zijnde door. Anders geformuleerd:  de mens woont in JHWH, de alom aanwezig Zijnde, maar omgekeerd woont JHWH ook in de mens. Het Zijn is zowel transcendent als immanent (inwonend in de mens).

De eigen woning is de plaats, waar iemand zichzelf kan zijn en zich op zijn gemak voelt. Door zichzelf te Zijn, voelt men zich thuis bij zichzelf. Sjechina geeft dus aan, dat we thuis Zijn bij de eigen Identiteit (Ik Ben), én bij het Geheel Zijn (JHWH).
We komen nu toe aan enkele citaten, waarin het belangrijke begrip sjechina is gebruikt.

Dt.12:09-      
Want gij zijt nog niet gekomen tot de rustplaats en het erfdeel, dat de HERE uw God u geven zal.
Maar wanneer gij de Jordaan zult zijn overgetrokken en woont in het land dat de HERE uw God, u
zal doen beërven, en Hij u rust geeft van al uw vijanden aan alle kanten, en gij veilig woont -dan zult gij naar de plaats die de HERE uw God verkiezen zal om daar zijn naam te doen wonen (…).

Dt.14:23-      
Gij zult voor het aangezicht van de HERE, uw God, in de plaats, die Hij verkiezen zal om zijn naam
daar te doen wonen (…).

Voor het aangezicht van de HERE, ziet de mens Hem zoals Hij Is. Tevens ziet men de eigen
Identiteit, dus zoals men Zèlf Is en dit geeft rust.

Dt.16:02-      
Dan zult gij als Pascha voor de HERE, uw God kleinvee en runderen slachten op de plaats die de
HERE verkiezen zal om zijn naam daar te doen wonen (…)..

Nh.01:09-     
Maar, bekeert gij u tot Mij, en onderhoudt gij naarstig mijn geboden -al waren uw verdrevenen aan het einde des hemels, Ik zal hen vandaar vergaderen en hen brengen naar de plaats die Ik verkoren heb om daar mijn naam te doen wonen.

_   
Van alle uithoeken wordt men vergaderd in het heilige Centrum, omdat daar zowel de woonplaats als de Naam van God (Zijnde) is te vinden. Het Nieuwe Testament verklaart meer over de eeuwige woning, en deze informatie sluit prima aan bij het Hebreeuwse sjechina.

2Cor.05:01- 
Want wij weten, dat indien de aardse tent, waarin wij wonen wordt afgebroken, wij een gebouw van
God hebben, in de hemelen, niet met handen gemaakt een eeuwig huis.

Hbr.09:24-   
Want Christus is niet binnen in een heiligdom met handen gemaakt, een afbeelding van het ware,
maar in de hemel zelf.

Jh.01:38-
(…) maar Jezus keerde zich om en zag, dat zij Hem volgden en Hij zeide tot hen: Wat zoekt gij? en zij zeiden tot Hem: Meester waar houdt gij verblijf? Hij sprak tot hen: komt en gij zult het zien. Zij
kwamen dan en zagen, waar Hij verblijf hield en zij bleven die dag bij Hem, (…).

Jh.12:26-     
Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn.

Dat wonen of verblijven in verband stond met aanwezig Zijn, vinden we nog wel in ouderwetse briefstijl terug, waarin de uitdrukking Ik verblijf, uw dienaar enz. werd gebruikt. Ook in dit soort schrijfstijl betekent verblijven: voortdurend zijn.

Hd.17:28-     
Want in Hem leven wij, bewegen wij en zijn wij.

Want in Hem verblijven wij en Zijn wij.


02. Het huis des HEREN

Het Egyptische woord voor farao (pr) betekent Groot Huis, waarmee het aanwezig Zijn van de farao of koning werd uitgedrukt. Hoe groter het huis, hoe ruimer in feite het bewust Zijn van de farao was, en hoe intenser zijn uitstraling. Ook de koningen van Israël bouwden aan hun huis.

2Kr.02:05-   
Het huis, dat ik ga bouwen, zal groot zijn, want onze God is groter dan alle goden. Wie zou in staat
zijn voor Hem een huis te bouwen, want de hemel, zelfs de hemel der hemelen, kan Hem niet bevatten. Wie ben ik dan, dat ik voor Hem een huis zou bouwen (…).

Misschien valt 2Kr.02:05 letterlijk op te vatten, maar de essentie is in ieder geval dat Salomo aan zijn
Groot Huis bouwde en daarin niet verschilde van de Egyptische farao’s. David en Salomo waren
bouwmeesters, evenals Jozef die wordt onderschat door hem af te stempelen als timmerman.

Ga verder met hoofdstuk III, paragraaf 02 »