HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

1Ko.05:05-   
En zie, ik denk voor de naam van de HERE, mijn God, een huis te bouwen, zoals de HERE mijn vader David toegezegd heeft: uw zoon, die Ik in uw plaats op uw troon zal zetten, die zal dat huis voor mijn naam bouwen.

Hg.01:02-     
Zo zegt de HERE der heerscharen: Dit volk zegt: de tijd is nog niet gekomen, de tijd, dat des HEREN huis herbouwd worde.

Hg.01:04-     
(…) Is het voor u om in uw weldoortimmerde huizen te wonen, terwijl dit huis verwoest ligt?

_   
Het Huis des HEREN  lag er verwoest bij. Dat wil zeggen: weinigen waren zich bewust van JHWH, de Zijnde. De tijd was nog niet rijp. In plaats van weldoortimmerd staat er letterlijk: van plafond of dak voor­
ziene huizen. Met andere woorden: men timmerde driftig aan de daken van de huizen, maar aan de
innerlijke verblijf te Zijn werd geen aandacht geschonken.

Hg.01:09-     
Gij hebt op veel gerekend, maar zie, het liep op weinig uit, en toen gij het binnen gehaald hadt, blies Ik erin. Waarom dat? luidt het woord des HEREN der heerscharen. Om mijn huis, dat verwoest ligt, terwijl gij draaft, ieder voor zijn eigen huis.

Hieronder vergelijkt Paulus zich met een bouwmeester, en het zal inmiddels geen raadsel meer zijn,
wat daarmee bedoeld werd.

1Cor.03:10- 
Naar de genade Gods, die mij gegeven is, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, waarop een ander voortbouwt. Maar ieder zie wel toe, hoe hij daarop bouwt. Want een ander fundament, dan dat er ligt, namelijk Jezus Christus, kan niemand leggen. Is er iemand, die op dit fundament bouwt met goud, zilver kostbaar gesteente, hout, hooi of stro, ieders werk zal aan het licht komen.

Ps.23:06-     
Ja, heil en goedertierenheid zullen mij volgen, al de dagen van mijn leven. Ik zal in het huis des
HEREN verblijven tot in lengte der dagen.

Ps.27:04-     
Eén ding heb ik van de HERE gevraagd, dit zoek ik; te verblijven in het huis des HEREN, al de dagen van mijn leven.

Ook het woord stichten duidde oorspronkelijk op het bouwen van een huis. Door het volk van God op te bouwen als Zijnden, werd er gewerkt aan de opbouw van de gemeente en het geestelijk huis des HEREN, dus aan de opbouw van het onbegrensd Geheel Zijn.

Helaas werd de uitdrukking stichtelijk  later door de Kerk omschreven als het opwekken van een godsdienstig leven, een vrij ongenuanceerde definitie waarbij de kerkvaders voorschreven op welke manier de gelovige diende te leven, wat hij moest doen en wat hij moest laten, maar waarvan het essentiële doel niet meer werd begrepen.

Ps.87:01-     
Zijn stichting ligt op heilige bergen, de HERE heeft Sions poorten lief boven alle woningen van Jakob. Heerlijke dingen zijn van u te zeggen, o gij, stad Gods. Rahab en Babel vermeld Ik als degenen die Mij kennen, zie Filistea en Tyrus met Ethiopië: die is daar geboren. Ja, van Sion wordt gezegd: Ieder van hen is in haar geboren. Hij de Allerhoogste, bevestigt haar. De HERE telt bij het opschrijven der volken: deze is daar geboren. En zij zingen bij reidans: Al mijn bronnen zijn in u!

1Cor.14:03-
Maar wie profeteert, spreekt voor de mensen stichtend, vermanend en bemoedigend. Wie in een tong spreekt sticht zichzelf, maar wie profeteert sticht de gemeente.

03. Sion

Over Sion is de berichtgeving in de Bijbel nogal tegenstrijdig. Wat bedoelde men met Sion en waar moeten we haar lokaliseren? Om te beginnen is de etymologie omstreden. De Griekse naam luidt Sion, de Hebreeuwse naam is Sijjon en doet denken aan de berg Sirjon, de Sidonische benaming voor de berg Hermon, die aan de voet van het Libanon-Gebergte ligt. Aan de ander kant wordt Sion in verband gebracht met een berg of burcht in Jeruzalem.

Kl.05:17-      
Hierom is ons hart ziek, hierom zijn onze ogen verduisterd: om de berg Sion, die woest ligt. (…)

Ten tijde van koning David was Sion een burcht in het oude Jebus (ofwel de stad van David, Jeruzalem).

2Sm.05:07-  
Maar David veroverde de burcht Sion, dat is de stad Davids.

Sion kan een andere naam voor Jeruzalem zijn, of een bepaalde wijk van de oude stad, en wellicht lag deze wijk op een heuvel die Sion heette. Blijkens de volgende tekst behoorde Sion tot het grondgebied van de stam Issaschar.

Jz. 19:18-     
Hun gebied omvatte: Jizreël, Chesulloth, Sunem, Hafaraïm, Sion (…).

 

Ga verder met hoofdstuk III, paragraaf 03 »