HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Zowel de berg Sirjon (Hermon) als Jeruzalem behoorden echter niet tot het grondgebied van Issaschar.  Waar we de locatie van Sion moeten zoeken, blijft dus onduidelijk. Laten we daarom wat minder aandacht schenken aan de plaatsbepaling en ons richten op andere informatie. In de volgende twee fragmenten komen we het inmiddels bekende woord sjechina weer tegen, dat vertaald werd door wonen  en woning.

Ps.09:12-     
Psalmzingt de HERE, die op Sion woont.

Ps.76:02-     
God is bekend in Juda, zijn naam is groot in Israël; in Salem was immers zijn tent en op Sion is zijn
woning.

Verblijven en aanwezig Zijn worden in verband gebracht met Sion. Uit onderstaande drie fragmenten valt op te maken dat men met Sion een geestelijke woning bedoelde, die met levende stenen werd gebouwd.

Js.28:16-      
(…) zo zegt de Here HERE: Zie, Ik leg in Sion een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare hoeksteen van een vaste grondslag.

1Pt.02:04-    
En komt tot Hem, de levende steen, door de mensen wel verworpen, maar bij God uitverkoren en kostbaar, en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis (…)
.

Bouwen aan een geestelijk huis betekent de ontwikkeling van het zielsaspect (Zijn).

1Pt.02:06-    
Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet
beschaamd worden.

De kostbare hoeksteen was een levende steen, namelijk Christus de Zijnde. In feite werden alle bewust Zijnden gezien als levende stenen, die samen het geestelijk Huis vormden.

Ef.02:19-      
Zo zijt gij dan geen vreemdelingen en bijwoners meer, maar medeburgers der heiligen en huisgenoten Gods, gebouwd op het fundament van de apostelen en de profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is. In Hem wast elk bouwwerk, goed ineensluitend, op tot een tempel (..).

Sion verwijst dus naar de geestelijke Zijnswoning waar wij thuis Zijn.
Doorgaans werden er met levende stenen kostbare edelstenen bedoeld, die vanwege hun helderheid, glans en kleuren als levend werden beschouwd. Aldus lezen we over het nieuwe Jeruzalem het volgende.

Opb.21:20-   
En hij voerde mij weg in de geest op een grote en hoge berg en toonde mij de heilige stad, Jeruzalem, nederdalend uit de hemel, van God; en zij had de heerlijkheid Gods, en haar glans geleek op een zeer kostbaar gesteente, als de kristalheldere diamant.

Sion was de Woning der woningen, en naarmate meer mensen aan hun geestelijke woning bouwden ontstond uiteindelijk de stad Gods: het heilige Jeruzalem.

Ps.87:01-     
Zijn stichting ligt op heilige bergen, de HERE heeft Sions poorten lief boven alle woningen van Jakob. Heerlijke dingen zijn van u te zeggen, o gij, stad Gods. Rahab en Babel vermeld Ik als degenen die Mij kennen, zie Filistea en Tyrus met Ethiopië: die is daar geboren. Ja, van Sion wordt gezegd: Ieder van hen is in haar geboren. Hij de Allerhoogste, bevestigt haar. De HERE telt bij het opschrijven der volken: deze is daar geboren. En zij zingen bij reidans: Al mijn bronnen zijn in u!

Ethiopiërs, Filistijnen, kortom iedereen, zelfs de barbaarse volkeren zijn in Sion geboren! Ps.87:01 kan alleen maar betekenen, dat met Sion (ofwel het heilige Jeruzalem) het fundament Zijn bedoeld is. In principe kon Sion dus overal liggen; op ieder berg en in iedere stad, maar in het bijzonder ter plaatse van het aardse Jeruzalem. Iedereen bezit een ziel (is geboren in Sion) en moet hieraan bouwen.

Hbr.12:22-   
Maar gij zijt genaderd tot de berg Sion, tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem (…).

Jo.03:17-      
En gij zult weten, dat Ik, de HERE, uw God ben, die woon op Sion, mijn heilige berg, en Jeruzalem
zal een heiligdom zijn (…).

Jo.03:16-      
En de HERE brult uit Sion en verheft zijn stem uit Jeruzalem, zodat hemel en aarde beven.

Jeruzalem is de stoffelijke tegenhanger van het geestelijke Sion. We kunnen ook zeggen: Sion is de wezenlijke verblijfplaats, het aardse Jeruzalem de afdruk, het negatief ervan.

Js.41:27-      
Als eerste (verkondig Ik) aan Sion: Zie daar zijn zij -en aan Jeruzalem geef Ik een vreugde bode.

In Sion daar Zijn zij.

Sions dochter is Jeruzalem, waarmee niet een persoon van het vrouwelijke geslacht werd bedoeld, maar de verbinding met Jeruzalem. Sion was de moederstad, Jeruzalem de dochter.  

Kl.02:08-      
De HERE had besloten te verwoesten de muur van Sions dochter.

Kl.02:10-      
Zwijgend zitten zij ter aarde de oudsten der dochter van Sion (…).

Tot slot zou de naam Sion een samenstelling of woordspeling kunnen zijn van Sinaï en Sirjon. Ten zuiden van Israël lag de berg Sinaï (naar Sin de maangod), en in het noorden lag de berg Hermon of Sirjon (Sirion: zon). Jeruzalem (Sion) als het middelpunt  tussen beide uitersten, zou dan op de vereniging van zon en maan kunnen duiden.
Mogelijk is ook dat de zon naar de geest verwijst, de maan naar de persoonlijkheid en Sion naar de ziel als middenbeginsel tussen geest en stof.
Zo lezen wij over het nieuwe Jeruzalem:

Opb.21:23-   
En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar en haar lamp is het Lam (…).

Opb.22:05-   
En er zal geen nacht meer zijn en zij hebben geen licht van een lamp of licht der zon van node, want de Here God zal hen verlichten (…).

Ga naar hoofdstuk IV »