HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

Gn.09:08-     
En God zeide tot Noach en tot zijn zonen met hem: Zie, Ik richt mijn verbond op met u en met uw
nageslacht en met alle levende wezens, die bij u zijn.

Gn.09:12-     
(…) En God zeide: Dit is het teken van het verbond, dat Ik geef tussen Mij en u en alle levende
wezens, die bij u zijn, voor alle volgende geslachten: mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde (…).

Het verbond tussen totaal Zijn (JHWH) en het aardse betreft een indeling in zeven niveaus van bewust Zijn, die worden uitgebeeld door de zeven kleuren van de regenboog.

Gn.09:16-     
(…) Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen
God en alle levende wezens van alle vlees dat op aarde is. En God zeide tot Noach: Dit is het teken van het verbond, dat Ik heb opgericht tussen Mij en al wat op aarde leeft.

Gn.17:07-     
Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond om u en uw nageslacht tot een God te zijn.

Dt.07:06-      
(...) want gij zijt een volk, dat de HERE uw God, heilig is, u heeft de HERE uw God uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn.

Dt.07:07-      
Niet omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE zich aan u verbonden en u
uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinst van alle volken. Maar omdat de HERE u liefhad en de eed
hield, die Hij uw vaderen gezworen had (...).

Ml.02:05-     
Mijn verbond met hem was leven en vrede. Ik heb ze hem gegeven tot godsvrucht (…).

De godsvrucht heeft betrekking op de geestelijke geboorte van de nieuwe Mens, die een Zijnde wordt.

Dt.04:23-      
Neemt u ervoor in acht, dat gij het verbond van de HERE uw God, dat Hij met u gesloten heeft, niet vergeet en u een beeld maakt in de gedaante van iets, dat de HERE uw God u verboden heeft.

Het verbond wordt gesloten in een Hier en Nu Zijn.

Dt.29:10-      
Allen staat gij heden voor het aangezicht van de HERE, uw God (…).
Dt.29:12-      
(…) om toe te treden tot het verbond van de HERE, uw God (…) .
Dt.29:13-      
(…)  opdat Hij u heden als zijn volk bevestige en u tot een God zij (…) .
Dt.29:14-      
(…) niet alleen met u alleen sluit Ik dit verbond en dit met een vervloeking bekrachtigd verdrag; maar zowel met ieder, die zich hier bij ons bevindt en heden staat voor het aangezicht van de HERE onze God, als met ieder die heden hier niet bij ons is.

De conclusie is, dat het verbond tracht uit te dragen, dat de mens als Zijnde onmogelijk apart kan bestaan van datgene, waar hij het wezen van Is, namelijk van het totaal Zijn.


03. Tot aanzijn roepen

Aanzijn betekent zoveel als bestaan, het werkelijk in wezen of leven zijn.

Js.44:06-                              
Zo zegt de HERE, de Koning en Verlosser van Israël, de HERE der heerscharen: Ik ben de eerste en Ik ben de laatste en buiten Mij is er geen God. En wie is als Ik, -hij roepe het uit en verkondige het en legge het Mij voor- daar Ik het overoude volk in aanzijn riep.

Rm.04:16-                            
Tot een vader van vele volken heb Ik u gesteld -voor het aangezicht van die God, in wie hij  geloofde, die de doden levend maakt en het niet zijnde tot aanzijn roept.

Spr.08:22-           
De HERE heeft mij tot aanzijn geroepen,
als het begin van zijn wegen,
voor zijn werken van ouds af.

Ga naar hoofdstuk IV, paragraaf 04 »