HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

HOOFDSTUK V: Zijn en Leven


01. Zijn is Leven

De Bijbel stelt het aardse leven dat eindig is, tegenover het eeuwige Leven, een onderscheid dat in de Griekse taal goed tot uitdrukking komt, omdat men er twee woorden voor had.

1.
Het Griekse woord zoe betekent:  leven, het werkelijke Leven zelf.
2.
Het Griekse woord bios betekent: leven als de wijze waarop het zich manifesteert (het vormleven). Vergelijk: bioscoop: levende beelden.

Ook het Latijn kent twee woorden, namelijk leven (vivimus) en zijn (sumus).
Onderstaande tekst gebruikt leven (vivimus) en Zijn (sumus) naast elkaar. 

Hd.17:28-             
Want in hem leven wij, bewegen wij en zijn wij, gelijk ook enige van uw dichters hebben gezegd.

Hoewel het verschil in de Nederlandse vertaling minder duidelijk naar voren treedt, is het wel
duidelijk dat het eeuwige Leven betrekking heeft op het onveranderlijke en onvergankelijke Zijn.

Jr.10:10-              
Doch de HERE is de waarachtige God, Hij is de levende God en een eeuwig Koning (…).

Dn.06:27-             
(…) want Hij is de levende God, die blijft in eeuwigheid, zijn koningschap is onverderfelijk en zijn
heerschappij duurt tot het einde.

Jh.05:26-             
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf.

Dn.04:34-             
Toen prees ik de Allerhoogste en roemde en verheerlijkte de eeuwig Levende, omdat zijn heerschappij een eeuwige heerschappij is en zijn koningschap van geslacht tot geslacht.

De uitdrukking eeuwig Levende kan vervangen worden door eeuwig Zijnde.

Ps.27:12-             
O, als ik niet had geloofd des HEREN goedheid te zullen zien in het land der levenden.

Ps.116:09-
Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEREN, in de landen der levenden.

Eten betekent in de Heilige Schrift zoveel als identificeren met. Door het brood des levens te eten, identificeerde men zich met het Zijn.

Ex.16:11-              
Toen sprak de HERE tot Mozes en zeide: Ik heb het gemor der Israëlieten gehoord zeg tot hen: in de avondschemering zult gij vlees eten en in de morgen zult gij met brood verzadigd worden; en gij zult weten, dat Ik, de HERE, uw God ben.

Lc.12:22-
Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of over uw lichaam, waarmede gij u zult kleden.
Want het leven is meer dan het voedsel en het lichaam meer dan kleding. Let op de raven, zij zaaien niet en zij maaien niet. Zij hebben geen voorraadkamer of schuur en toch voedt God ze.

02. Onvergankelijk Leven

Geboren worden en sterven zijn van die zaken, waar niemand voor kan kiezen; het overkomt ons allemaal. Maar geboorte en dood zijn slechts tegengestelde incidenten van een cyclisch proces, dat op zichzelf eeuwig voortduurt. Het lichaam, de geboorte en dood ervan, is van secundair belang. Van wezenlijk belang is immers de inwonende Ziel, die onsterfelijk aanwezig Is en het lichaam als tijdelijke woning in gebruik heeft.

1Tm.01:17-          
De koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God.

1Cor.15:53-         
Want dit vergankelijke moet onvergankelijk aan doen en dit sterfelijke moet onsterfelijk aandoen. En zodra dit vergankelijke onvergankelijkheid aangedaan heeft, en dit sterfelijke onsterfelijkheid
aangedaan heeft, zal het woord werkelijkheid worden, dat geschreven is: De dood is verzwolgen in de overwinning.

1Pt.01:22-            
(…) hebt dan elkander van harte en bestendig lief, als wedergeboren, en niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en blijvende woord van God. Want: Alle vlees is als gras en al zijn heerlijkheid als een bloem in het gras; het gras verdort en de bloem valt af, maar het woord des Heren blijft in der eeuwigheid. Dit nu is het woord, dat u als het evangelie verkondigd is.

Het onvergankelijke zaad, dat van geslacht tot geslacht wordt overgebracht heeft betrekking op de ervaring ik Ben. In dit zaad liggen alle kenmerken van JHWH opgesloten. In de materie (vormaard, dualiteit) vindt men daarentegen niets van blijvende aard.

Ga verder met hoofdstuk V, paragraaf 02 »