HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

2Cor.04:17-         
Want de lichte last der verdrukking van een ogenblik bewerkt voor ons een alles verre te boven gaand eeuwig gewicht van heerlijkheid, daar wij niet zien op het zichtbare, maar op het onzichtbare; want het zichtbare is tijdelijk, maar het onzichtbare is eeuwig.

1Jh.01:02-           
(…) en wij hebben gezien en getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons geopenbaard is (…).

1Pt.03:03-            
Uw sieraad zij niet uitwendig: het vlechten van haar, het omhangen van goud of het dragen van
gewaden, maar de verborgen mens uws harten, met de onvergankelijke (tooi) van een zachtmoedige en stille geest, die kostbaar is in het oog van God.

Rm.01;22-            
Bewerende wijs te zijn, zijn zij dwaas geworden, en zij hebben de majesteit van de onvergankelijke God vervangen door hetgeen gelijkt op het beeld van een vergankelijk mens, van vogels, van viervoetige en van kruipende dieren.

1Cor.09:24-         
Weet gij niet, dat zij, die in de renbaan lopen, allen wel lopen, doch dat slechts één de prijs kan
ontvangen? Loopt dan zo, dat gij die behaalt! En al wie aan de wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles; zij om een vergankelijke erekrans te verkrijgen, wij om een onvergankelijke.

De één  verwijst naar één geheel Zijn (in tegenstelling tot twee, het symbool van de dualiteit).

Rm.02:07-            
(…) hun, die in hun goeddoen volhardende heerlijkheid, eer en onvergankelijkheid zoeken, het eeuwige leven; maar hun, die zichzelf zoeken der waarheid ongehoorzaam zijn, wacht toorn en gramschap. Verdrukking en benauwdheid (zal komen) over ieder levend mens die het kwade bewerkt, eerst de Jood en ook de Griek, maar de heerlijkheid, eer en vrede over ieder, die het goede werkt eerst de Jood en ook de Griek. Want er is geen aanzien des persoons bij God.

Rm.08:20-            
Want de schepping is aan vruchteloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om de wil van Hem, die haar daar onderworpen heeft, in de hope echter omdat ook de schepping zelf van dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal bevrijd worden tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen Gods.


03. Onsterfelijkheid

Mt.10:28-             
En weest niet bevreesd voor hen, die wèl het lichaam doden, maar de ziel niet kunnen doden (…).

Ps.16:10-             
(…) want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk.

Op het niveau van de ziel wordt noch leven, noch dood (dus geen dualiteit) ervaren, maar enkel Zijn, dat ongedeeld is.

Hb.01:12-             
Zijt gij niet vanouds, HERE, mijn God, mijn Heilige? Wij sterven niet.

1Tm.06:12-          
Strijd de goede strijd des geloofs, grijp het eeuwige leven, waartoe gij geroepen zijt (…).

Ismaël, de zoon van Abraham en de slavin Hagar, werd samen met zijn moeder door Sara de woestijn in gestuurd. Hagar vreesde voor het leven van haar kind, omdat de waterzak leeg was en Ismaël van dorst zou omkomen.

Gn.21:17-             
Vrees niet, want God heeft naar de stem van de jongen gehoord, daar waar hij is.

Het antwoord in Genesis is duidelijk: Het Zijn is onvergankelijk, zodat de ziel van Ismaël niet kan sterven.
De ziel is immers het wezenlijke deel van de mens.

Jr. 49:10-     
(…) maar Ik schil Ezau af en leg zijn schuilhoeken bloot, wil hij zich verbergen hij kan het niet,
verdelgt wordt zijn zaad en zijn nakomelingschap en van zijn naburen helpt niet één: Uw wezen zal Ik in leven houden.

Filp.01:23-           
(…) ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn (…).

Dn.12:02-             
Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, deze tot eeuwig leven en genen tot
versmading, tot eeuwig afgrijzen.

Ga naar hoofdstuk V, paragraaf 04 »