HOME

ZIJN
INLEIDING

HOOFDSTUK I:
01. De naam HERE
02. Ik Ben die Ik Ben
03. Ik Ben de HERE
04. De Ik Ben-woorden
05. Alom aanwezig Zijn
06. Onveranderlijk Zijn
07. Zijn is Wezen en Werkelijkheid
08. Amen
09. Zichzelf genoeg Zijn
10. Eén, ongedeeld Zijn

HOOFDSTUK II:
01. Inleiding
02. Het opperwezen
03. Het fundament Zijn
04. De grondlegging der wereld

HOOFDSTUK III:
01. Thuis Zijn
02. Het huis des HEREN
03. Sion

HOOFDSTUK IV:
01. Ik ben met u
02. Het verbond
03. Tot aanzijn roepen
04. Op zoek naar het Zijn
05. Geloven

HOOFDSTUK V:
01. Zijn is Leven
02. Onvergankelijk Leven
03. Onsterfelijkheid
04. Niet Zijn

HIER EN NU ZIJN

Inleiding
01. Eeuwig Zijn
02. Hier en nu Zijn
03. Hier Ben ik
04. Heden Zijn
05. Het ondeelbare ogenblik
06. Het verleden
07. Zuurdesem
08. De toekomst

ZIJN en BEWUSTZIJN in de Bijbel

ZIJN

Inleiding

De Bijbel somt een hele waslijst namen en titels op voor Israëls God die de uitwas aan symboliek, alsmede een rijkelijke fantasie typeren. Meest bekend zijn natuurlijk Jahwe (HERE), Adonia (Here), El (God) en Elohim, maar daarnaast komen minder relevante omschrijvingen voor zoals:  Schepper, Rechter, Koning, Rots, Vader, Verlosser,  steenrots, herder, vesting, schutse, zon, moedervogel, hulp, schaduw, lied, krijgsman, man, bron, dauw, luipaard, beer, en nog veel meer.

Hos.13:06-           
Toen zij weidden, werden zij verzadigd; toen zij verzadigd waren, verhief zich hun hart; daarom
vergaten zij Mij. Zo ben Ik hun als een leeuw geworden, loer Ik als een panter op weg. Ik val hen aan als een van jongen beroofde berin. Ik rijt hun borstkas open, en verslind ze als een leeuwin (…).

Ziehier, een rondleiding door Artis lijkt er niets bij.
Niettemin zegt de beeldende taal ons iets over de tijd, waarin de Geschriften hun beslag kregen.
In de Oudheid was men nu eenmaal zeer bevreesd voor de oppermachtige goden, en gewend om beeldend te denken en zich in symbolische taal uit te drukken. Wanneer Israël zijn God vergat, kon Hij dus ineens als een panter loeren, en menigeen zal daarbij van schrik de nagels hebben afgebeten. Zelfs ten tijde van Paulus was het ontzag voor de goden nog groot, wat blijkt uit Hd.17:22.

Hd.17:22-             
En Paulus voor de Areopagus staande, zeide: Mannen van Athene, Ik zie voor mijn ogen, dat gij in elk opzicht buitengewoon ontzag voor godheden hebt; want toen ik door uw stad liep en de voorwerpen uwer verering aanschouwde, heb ik ook een altaar gevonden met het opschrift: Aan een onbekende god. Wat gij dan, zonder het te kennen vereert, dat verkondig ik u. De God, die de wereld gemaakt heeft, en al wat daarin is, die een Heer is van hemel en aarde, woont niet in tempels met handen gemaakt en laat zich ook niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog
iets nodig had.

Hd.17:22 heeft in de loop der jaren veel stof ter discussie doen opwaaien, maar het is in ieder geval
duidelijk dat wij niet iets moeten verheerlijken dat wij niet kennen.
In deze publicatie over het Zijn, trachten we een stukje van de Essentie van God te begrijpen, en we doen dat door Zijn Naam JHWH, die kortweg Zijn of de Zijnde betekent,  te analyseren. God leren kennen, betekent doordringen tot Zijn Identiteit, en de sleutel hiertoe ligt bij Zijn Naam. Volgens de wet van analogie vangen we dan twee vliegen in één klap:

1.
De Identiteit van de alom tegenwoordig Zijnde vertelt ons allereerst wie God Is. Dit in tegenstelling tot de beeldvorming die we van hem kunnen maken.

2.        
Omdat volgens het principe macrokosmos is microkosmos de mens naar Gods beeld is geschapen, openbaart Gods Identiteit tegelijk de identiteit van de mens. De naam JHWH geeft tevens antwoord op de vraag wie de mens Is, zodat kennis omtrent Zijn Naam het begin is van de weg die naar Zelfrealisatie leidt. Het Zijn ligt latent in ons aanwezig, en het besef (bewust-Zijn) hierover moet geleidelijk aan ontwikkeld worden. Ook wat betreft de identiteit van de mens geldt dat zij geen betrekking heeft op de rol die wij in de buitenwereld spelen, en niet verward moet worden met wat we de persoonlijkheid (imago of ikbeeld) noemen.

Wanneer wij de fragmenten in de Bijbel die over het Zijn handelen in kaart brengen, blijken zij een logisch beredeneerbare theorie of zijnsleer (ook wel ontologie genoemd) te vormen, die iedereen met wat goede wil kan begrijpen. In eerste instantie langs verstandelijke weg, maar het uiteindelijke doel leidt tot een daad-werkelijk innerlijke ervaring, want de zijnstheorie raakt de mens in zijn diepste wezen.

Datgene wat verstandelijk beredeneerd kan worden, moet in een spiritueel leerboek omgezet kunnen worden in concrete (spirituele) ervaring. Uiteraard geldt in omgekeerde richting hetzelfde. Elke spirituele ervaring moet aansluiten bij een verstandelijk kennen en zodoende getoetst kunnen worden. Hiermee voorkomt de gelovige, dat zijn geloof op bijgeloof berust, want zijn verstand zou hem kunnen vertellen, wanneer hij zich vergist en afdwaalt van de werkelijkheid.

Ga naar hoofdstuk I »